1 mei 2022

Nederlandse veldboon te duur: ‘We zijn er niet om het inkomen van de boer te regelen’

We moeten minder vlees eten en meer planten. Alleen de eiwitten die gebruikt worden in bijvoorbeeld vleesvervangers komen vaak van over de hele wereld. Niet zo duurzaam dus. De overheid vindt dat we de voedingsstoffen zelf moeten produceren. Maar boeren die plantaardige eiwitten zijn gaan telen, willen er alweer mee stoppen. 

“Kijk, ze staan er mooi bij.” Jaco Burgers kijkt tevreden over het eindeloze land dat voor hem ligt. Hij geeft leiding aan het grootste biologische landbouwbedrijf van Nederland, ERF. Sinds twee jaar verbouwt het bedrijf de kleine plantjes die voor ons staan. Want onder de blaadjes van dit plantje groeit de veldboon.

Veldbonen worden gebruikt in veevoer, maar ook steeds meer in vleesvervangers, zoals in vegetarische hamburgers. In 2020 begonnen Flevolandse boeren het product te verbouwen omdat verwacht werd dat de vleesvervangende industrie er steeds meer om zou vragen én omdat de overheid de productie van de veldboon toejuicht.

De Europese Commissie wil namelijk dat Europa minder afhankelijk wordt van de import van eiwitrijk gewas, zoals soja. Daarom heeft het alle lidstaten opgedragen om een duurzaam plan te maken. In 2020 presenteerde toenmalig minister Carola Schouten daarom de ‘Nationale Eiwitstrategie’. De zogenoemde ‘vlinderbloemige eiwitrijke gewassen’ bleken ook nog goed te zijn voor de biodiversiteit, dus Schouten bedacht dat er in 2030 100.000 hectare van dit gewas moet zijn in ons land.

Ambitieus

Een mooi plan, maar de veldboonboeren die ermee aan de slag zijn gegaan, hebben een probleem: “Op dit moment valt hier geen geld mee te verdienen”, aldus Burgers. “Vegetarische verwerkers willen ze wel hebben, maar we hebben een discussie over de prijs. We moeten ze afzetten tegen wereldmarktprijzen. Dat is moeilijk, want het klimaat in Nederland is ook niet het meest geschikt voor veldbonen. Het kost nu geld ten opzichte van een ander gewas dat ik kan telen. ”

In 2021 was er pas 9,4 duizend hectare aan eiwitrijk gewas in ons land. Dat zijn niet alleen veldbonen, maar ook bijvoorbeeld sojabonen en lupine. Er is dus nog een lange weg te gaan voordat we bij de 100.000 hectare uitkomen. Chris de Visser, onderzoeksmanager bij Wageningen Plant Research, noemde de plannen van het ministerie eerder al ‘ambitieus’.

Te duur

“Mensen vragen mij vaak: waarom zouden we niet gewoon bonen eten? Maar dat vinden we niet zo lekker. Dus commercieel is het zo dat de consument gewoon het liefst een product heeft dat het dichtst ligt bij vlees en vis.” Jos Hugense komt uit een slagersfamilie, maar bijna 20 jaar geleden stapte hij over naar de vegetarische producten. Zijn bedrijf Meatless is nu een groot bedrijf dat de grondstof voor vleesvervangers produceert.

In de vleesvervangers van Hugense wordt onder andere rijst en tarwe gebruikt, maar ook de veldboon. Hij haalt zijn veldbonen uit Europa, maar vanwege de inkoopprijs liever uit Duitsland dan uit Nederland: “We kopen 20 procent van de veldbonen in Nederland, maar als je het puur rationeel zou benaderen dan zou ik 100 procent in Duitsland kopen.”

‘Dan houdt het op’

Hugense vertelt dat de grond in Duitsland veel goedkoper is, onder andere omdat de boeren daar meer subsidie krijgen voor het telen van gewassen zoals de veldboon. Dat is volgens Hugense jammer voor de Nederlandse veldboonboeren, maar wel de realiteit: “Wij zijn er niet om het inkomen van de boer te regelen. We zitten wel in een economisch systeem, waarbij de boer en iedereen verderop in de keten geld moet verdienen. En dat betekent dus wel dat als je in Nederland gaat produceren je óf een meerwaarde moet creëren of je goedkoper moet zijn. Die opties heb je. Als je die niet kan invullen dan houdt het op.”

Goedkoper gaat volgens Jaco Burgers van ERF niet. Hij wil graag met verwerkers en supermarkten samenwerken om van zijn veldboon een onderscheidend product te maken, maar ook dat lukt nog niet: “Dat is de realiteit waar we tegenaan lopen. We moeten onderscheidende producten ontwikkelen, maar als dat niet gebeurt dan is het een heel mooi verhaal van de overheid maar dan komt er niets van terecht. Dan stoppen we gewoon met veldbonen telen.”

Sturing

Jeroen Candel, universitair hoofddocent in voedsel- en landbouwbeleid aan de Wageningen Universiteit ziet ook dat er in de doelen vanuit de overheid weinig rekening is gehouden met de economische realiteit. “Boeren willen best meer bonen produceren, maar op dit moment kan dat niet uit. Je ziet dat de overheid doelen stelt, maar dat het vervolgens aan middelen ontbreekt om die doelen te halen. Het is vooral een politiek vraagstuk. Vinden wij het echt belangrijk om als Nederland of als EU eiwitrijke gewassen te telen? Dat vraagt om politieke sturing.”

Hoe realistisch zijn de landbouwdoelen van de overheid? Kijk volgende week zondag 8 mei naar onze uitzending. Om 22.10 uur op NPO2.

Auteurs

A.T.

Anne Mae van Tilburg

Redacteur