7 februari 2021

Nina (13) uit Indonesië vraagt zich af waarom we ons afval naar haar land sturen voor recycling

  • Nina (13) woon op Oost-Java en heeft last van de stank en de vervuiling die de lokale plasticrecyclers veroorzaken.
  • Tussen het afval dat landen als Maleisie en Indonesie verwerken zit ook westers afval.
  • Nederlandse handelaren laten ons weten dat er niet genoeg faciliteit is om het in eigen land te recyclen: "Onze handen zijn te duur."
  • Maar het is moeilijk om zicht te houden op wat er gebeurt met ons plastic afval in deze lagelonen-landen.
  • De ILT is een onderzoek gestart: "Wat er in Azië gebeurt, is voor ons bijna niet te volgen.”

“De rivier is heel vies. Ik kan er niet meer in zwemmen of vissen met mijn vrienden.” Via Zoom praten we met de Indonesische Nina (13). Ze woont op Oost-Java en stuurt ons een filmpje van de plastic rotzooi die ze tegenkomt. De lokale plastic recyclingfabrieken, die onder andere Westers afval verwerken, zorgen voor de vervuiling. Haar vraag is: waarom recyclen jullie je plastic afval niet zelf?  

Nina’s probleem is duidelijk. Ze stuurt foto’s van de bergen plastic die in haar omgeving liggen. Ze heeft last van de stank en last van de vervuiling die de verwerking en verbranding veroorzaakt. “Vroeger was de rivier heel schoon. Toen zag ik allemaal verschillende vissen en zelfs slangen”, vertelt Nina. “Nu is het water te vies.”   

Samen met haar moeder Daru, die voor milieuorganisatie Ecoton werkt, legt ze uit dat er te weinig recyclingfaciliteit is op Oost-Java, waar ze wonen. Het plastic afval gaat dus vaak naar kleine thuisfabriekjes die er hun brood mee verdienen. Ze halen eruit wat waarde heeft en verbranden de rest in de tuin. Volgens Daru en Nina gaat het om een derde van al het plastic.

Nina wil dat we ons plastic afval zelf recyclen in Europa.

Miljoenen kilo’s op het schip
Heel vervelend dat dit gebeurt natuurlijk, maar wat hebben wij daarmee te maken? “Nederland staat in de top tien van landen waaruit Indonesië importeert”, zegt Daru. We kijken in de handelsdatabase van de Verenigde Naties en zien inderdaad dat we tientallen miljoenen kilo’s plastic scrap exporteren naar Indonesië. Waarom doen we dat? Samen met journalistencollectief Lighthouse Reports en Belgische media* besluiten we een onderzoek te starten naar de handel in plastic afval.

We vragen het aan Ben Kras uit Volendam. Eén van Nederlands grootste plastic handelaren  en medevoorzitter van NRK recycling, de branchevereniging van de recyclers. We spreken hem in zijn magazijn, waar dagelijks twintig tot dertig vrachtwagens vol plastic afval, bijvoorbeeld verpakfolies uit supermarkten, komen binnenrijden. Kras: “Het is een waardevol materiaal dat bewerkt kan worden tot een grondstof om producten mee te maken.” 

“Het is net als garnalen pellen”
Kras haalt een deel van het waardevolle plastic er in Volendam uit. De rest gaat op een grote hoop en dat verkoopt hij weer door naar andere landen, zoals dus Indonesië of Vietnam. “We sturen dat naar erkende recyclers. Daar worden we ook streng op gecontroleerd.” Weet hij hoe zij omgaan met spul dat ze overhouden? Dat wat ze niet kunnen recyclen? ”Die recyclers worden geacht om goed om te gaan met hun reststromen. Ik veronderstel dat ze zoveel mogelijk recyclen. Logisch, want ze betalen ervoor. Wat ze niet kunnen gebruiken, storten ze, of ze verbranden het.” Hij vergelijkt zijn handel met garnalen pellen. “Dat gebeurt ook in lage lonenlanden. Onze handen zijn daar te duur voor.”

Oke, dus wat we versturen is niet het plastic van huishoudens, maar het zijn relatief schone stromen van industrieel plastic afval. Het is gewoon handel. Op papier zouden recyclers in verre landen niet veel afval moeten overhouden. Volgens de strenge internationale regels mag dat wat verscheept wordt namelijk maar heel weinig vervuiling bevatten. Maar dat strookt niet altijd met de realiteit. Hoe kan het dan toch mis gaan? 

Interpol: plastic afval-criminaliteit
We krijgen een rapport onder ogen van Interpol, de organisatie waarbinnen 194 landen samenwerken en gegevens delen over criminaliteit om de nationale politiediensten verder te helpen. Afgelopen zomer publiceerden ze een strategische analyse over de toenemende criminaliteit met plastic afval. Ze signaleren criminele trends als het maskeren van de herkomst van afval, het sjoemelen met documenten en een toename van illegale dump en verbranding. Ook vanuit Europa.

De plastichandel met verre landen blijkt ook niet om een paar containertjes te gaan. Jaarlijks gaan er ruim 18.000 zeecontainers met daarin meer dan 350 miljoen kilo plastic afval door de Rotterdamse en Belgische havens naar landen buiten de Europese Unie (EU) voor recycling, ontdekken onze collega’s van Lighthouse Reports. Daarvan controleert de milieu-inspectie of douane er nog geen duizend. En zelfs al ze gecontroleerd worden, is er geen zekerheid over wat er uiteindelijk met het plastic gebeurt, legt Belgisch afvalexpert en voormalig hoofd van de Vlaamse afvalstoffenmaatschappij, Mike van Acoleyen, ons uit: “Als ze een container controleren en ze zien op de documenten een naam van een recycler in Vietnam, hoe weten ze dan wat dat voor bedrijf is? Verwerkt hij zijn afval netjes of verdwijnt het deels in de natuur? Wat zijn de arbeidsomstandigheden in de fabriek? Er is geen tijd om dat uit te pluizen.”

Big business

Plastic afval is big business. In 2019 exporteerde Nederland volgens Comtrade, de handelsdatabase van de Verenigde Naties, 361 miljoen kilo plastic afval. Maar we importeerden ook weer 582 miljoen kilo. De hoofdmoot van die handel vond plaats met België, Duitsland en Engeland, maar ook verre landen zijn dus onze handelspartners. Zo staan India, Indonesië en Hong Kong in de top tien van onze exportpartners op code 3915 -  ’Waste, parings and scrap of plastics’.  

GPS-tracker: waar komt deze lading terecht?
We willen zelf wel eens weten wat er met zo’n lading plastic afval gebeurt, die verzonden wordt voor recycling en we plaatsen een gps-tracker om een lading via een satelliet te kunnen volgen. Komt het terecht waar het terecht hoort te komen? We wachten af.

Ondertussen komen we in contact met Sofie Synnøve Herschend. Een Deense journalist die vorig jaar naar Indonesië en Maleisië afreisde om met eigen ogen te zien wat er gebeurde, en om te zoeken naar plastic uit Denemarken. Ze was verbaasd over de hoeveelheid plastic die gewoon op straat lag in sommige dorpen. Ze beschrijft wat ze zag in een van de fabrieken die ze bezocht: “Arbeiders uit Bangladesh en andere landen werkten er voor een laag salaris. In de eerste kamer waren ze het plastic aan het sorteren. In de volgende kamer sneden ze het in kleine stukjes met een grote machine zonder bescherming. En in de laatste kamer waren ze het aan het wassen in chemicaliën. Zonder bescherming, zoals maskers.”

Herschend bezocht illegale fabrieken en kwam daar binnenlands plastic afval, maar ook plastic afval uit Europa tegen. “Ze recyclen een deel en verbranden ook een deel, bijvoorbeeld als brandstof in de tofu-fabriek.” Kwam Herschend ook Nederlands plastic tegen? “Het kwam uit allerlei Europese landen. Ook uit Nederland.” Ze stuurt ons een foto van een zak van een Nederlandse recycler die ze vond in Maleisië. We zoeken uit wat het is. Lees hier het verhaal van de zak.

“Deodorantstick? Dan keuren we het af.”
Het plastic afval in Maleisië en Indonesië is niet te rijmen met de ‘schone’ handel van Ben Kras. We besluiten nog een Nederlandse recycler te bezoeken. Kan hij ons uitleggen waar het misgaat? Jan-Bert Jonker van De Paauw Recycling verwerkt niet zomaar alles. Zijn bedrijf ziet er piekfijn uit en hij is erg kritisch op het materiaal dat hij binnenkrijgt. “Kijk, dit is bijvoorbeeld een afkeurpartij. Hier zit een deodorantstick tussen en andere materialen. 90 procent is goed, maar dat is voor ons niet goed genoeg.” Wat gebeurt daar dan mee? “Dat gaat naar de verbrandingsinstallatie.” Maar dat is toch zonde? Het overgrote deel is goed materiaal. “Wij hebben in Nederland onvoldoende sorteercapaciteit om de waardevolle stromen eruit te halen. Dat is te duur.” En je exporteert het ook niet? “Daar is het niet schoon genoeg voor”, meent Jonker. 

Maar er zijn handelaren die het kennelijk wel exporteren. Wij horen immers dat dit soort spul in Azië terecht komt. Jonker kan dat wel uitleggen: “Mijn klant moet mij voor deze afgekeurde partij een vergoeding betalen om het te laten verbranden. Dan zou het natuurlijk heel interessant en lucratief kunnen zijn om deze stroom vervolgens niet naar de oven te sturen, maar door te verkopen aan iemand die het wel op de export wil doen.” 

Dus Jonker doet het niet, maar andere handelaren doen het wel? “Het zijn niet allemaal grote bedrijven zoals wij. Er zijn ook eenpitters. Mensen die met een laptop en een telefoon vanuit hun auto dit soort materiaal opkopen.”

"Wat er in Azië gebeurt, is voor ons bijna niet te volgen.”

Meer afvalhandelaren dan mondhygiënisten
We checken hoe dat zit en horen van het NIWO, de beheerder van de lijst van vervoerders van afvalstoffen, dat er zo’n 6000 registraties zijn van ‘handelaar in afvalstoffen’. Dat is bijna twee keer zo veel als het aantal geregistreerde mondhygiënisten in Nederland. We komen er ook achter dat er onlinemarktplaatsen zijn waar handelaren hun afval opkopen. We besluiten zelf ook een paar balen plastic afval aan te bieden om te kijken wat er gebeurt. Binnen de kortste keren hebben we twaalf reacties. Een paar uit Turkije, één uit Indonesië, één uit India, en een Brit die ons, als we hem bellen, vertelt dat het naar Maleisië gaat. Ze willen allemaal meer foto’s zien van het materiaal en als we ze bellen vragen ze om een proeflading om te zien wat we gaan leveren. 

Inmiddels is onze gps-tracker vertrokken op zijn bootreis naar Vietnam, waar de lading gerecycled moet worden volgens de documenten die erbij zitten. We zien het schip op Marine Traffic, de site waar je zeeschepen op de voet kan volgen, van Antwerpen naar Hamburg varen en dan weer van Hamburg naar Rotterdam. Vanaf Rotterdam begint het schip aan de reis naar Azië via het Suez-kanaal. Na een paar weken krijgen we signaal vanuit Sri Lanka en Kuala Lumpur, en nog weer een week later uit Shanghai, wat toch al een stuk verder ligt dan Vietnam. Daarna komt de boot weer terug, zien we. De lading plastic maakt dus een behoorlijke omweg. De signalen van de tracker en de reis die we het schip op Marine Traffic zien afleggen, komen overeen. Totdat we in Taiwan aankomen. 

We proberen een lading plastic afval te volgen. Komt het daar waar het terecht moet komen?

Reis van 20.000 kilometer
We zien namelijk dat het schip na een paar dagen verder vaart, maar de tracker blijft achter. Huh? De lading zou toch in Vietnam gerecycled worden?  We vragen onze collega Nouska du Saar van onderzoeksplatform Lighthouse Reports, die gespecialiseerd is in open source intelligence, om mee te kijken: “We krijgen een signaal ongeveer 6 kilometer buiten de haven. Op een soort containerparkeerplaats. Dat is wel gek.” Een paar dagen later zou de lading namelijk al in Haiphong, Vietnam, moeten zijn. We wachten vol spanning af wat er gebeurt, maar helaas valt net dan de tracker uit. Of de batterij leeg is, of dat de tracker bijvoorbeeld verbrand of kapotgemaakt is, weten we niet. Collega Nouska legt uit: “Het enige dat we weten is dat de tracker op een gekke plek is gestopt met zenden. In theorie zou de lading nog met een ander schip naar Vietnam gevaren kunnen zijn. Maar dat is voor ons niet meer te achterhalen.” 

Een reis van meer dan 20.000 kilometer legde onze lading plastic af. Daarna raken we ‘m kwijt. Maar hoe moet het dan voor instanties zijn om duizenden van zulke ladingen te volgen? We vragen het de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Weten zij precies wat er gebeurt met het plastic van Nederlandse handelaren? 

“Wat er in Azië gebeurt, is voor ons bijna niet te volgen”
Onderzoeker Guido van der Meij legt uit dat ze bezig zijn met een onderzoek naar de handel in recyclebaar plastic afval. China is namelijk jarenlang grootafnemer geweest, maar in 2018 sloot het land de havens voor westers afval vanwege de milieu-effecten. Handelaren moesten daardoor op zoek naar andere bestemmingen. Dat werden omliggende landen als Vietnam, Maleisië, India en Indonesië. Van der Meij: “Met de grote Nederlandse handelaren hebben we goed contact. Die kennen de spelregels. Maar er zit ook een hele laag handelaren onder met een laptop en een telefoon. Daar hebben we minder zicht op. En wat er in Azië gebeurt, is voor ons bijna niet te volgen.” Ze investeren in lokale contacten, maar het blijft lastig, vertelt hij.

We laten Van der Meij ook de foto’s en videobeelden uit Maleisië en Indonesië zien. “Tja, dit wil je niet. Je wil niet dat het zo terecht komt. Je wil een goed oordeel over de kwaliteit hebben, en zicht op de bestemming. Het liefst zou je het plastic in Europa willen houden.”  Van der Meij hoopt in het voorjaar met resultaten te komen van zijn onderzoek. 

* De uitzending van Pointer is op 8 februari om 22:20 op NPO2. Geschreven verhalen over het onderzoek verschijnen deze week in de Groene Amsterdammer, het Belgische maandblad Humo en krant De Tijd.

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief.