30 september 2021

'Noem het ongevraagd verspreiden van naaktfoto’s een seksueel misdrijf'

Sinds 2 jaar is het strafbaar om zonder toestemming seksueel beeldmateriaal te verspreiden. De maximale gevangenisstraf die ervoor kan worden opgelegd is 2 jaar. Dit klinkt stevig en duidelijk, maar onderzoeker Marthe Goudsmit aan de Universiteit van Oxford vindt de wet te mild. “Noem het een seksueel misdrijf en geef zo een signaal af naar de samenleving hoe erg we dit vinden.”

Marthe Goudsmit is promovendus en doet in Engeland onderzoek naar seksueel misbruik met beeldmateriaal. We spreken haar voor ons onderzoek naar online shaming.

Wat is er precies veranderd sinds de nieuwe wetgeving?
"Voor 2020 had je als slachtoffer bijna geen juridische mogelijkheden. Soms kon je proberen aan te tonen dat het verspreiden van naaktfoto’s smaad of laster was, maar dat zijn wetsartikelen waarbij bewezen moet worden dat de handeling van de dader de ‘eer en goede naam’ van het slachtoffer heeft aangetast. Dat betekent in de praktijk dat het slachtoffer moet erkennen een naaktfoto iets is om je voor te schamen. Het is volledig ongepast dat de wet dat suggereert. Naaktfoto’s zijn niet gênant, ze zijn privé. Wat er nu expliciet is gemaakt is dat het openbaar maken van seksueel beeldmateriaal zonder toestemming strafbaar is, zonder dat het slachtoffer zelf eerst moet erkennen dat zo’n foto in zichzelf, dus ook als die niet openbaar is, iets nadeligs is."

Dus het verspreiden van seksueel beeldmateriaal zonder toestemming is nu altijd strafbaar?
"Nee, dat is het niet. Bijvoorbeeld als degene die het seksueel beeldmateriaal heeft verspreid niet wíst dat het verspreiden schadelijk kan zijn voor het slachtoffer of niet wist dat de verspreiding niet had mogen plaatsvinden omdat er geen toestemming voor was."

Maar het is toch heel aannemelijk dat het verspreiden van seksueel beeldmateriaal schadelijk is voor het slachtoffer?
"Ja, dat zou je wel zeggen. Maar wat de nieuwe wet (art.139h Sr) eigenlijk zegt is: “Het is verboden is om naaktafbeeldingen van anderen te delen als de dader wist dat het delen ervan nadelig is voor het slachtoffer.”

Hoe bewijs je dat de dader dat wist?
"Soms kun je dat uit de context afleiden, bijvoorbeeld als een dader beledigende opmerkingen bij een foto heeft geplaatst. Maar er zullen gevallen zijn waarbij dat niet te bewijzen valt. De vraag is nog hoe de rechter het in de praktijk gaat toepassen. Er bestaat een kans dat rechters zullen zeggen dat het algemene kennis is. Dit interpretatieprobleem had voorkomen kunnen worden als de wet anders was geformuleerd. Ik zou zeggen dat het verspreiden van een naaktfoto altijd schadelijk is en dat je er best vanuit mag gaan dat dat algemene kennis is. Dat is bij andere seksuele misdrijven ook zo. Waarom maken we geen wet die zegt: het verspreiden van seksueel beeldmateriaal is niet toegestaan tenzij er expliciete toestemming voor is. Deze wet kan er nu voor zorgen dat er gevallen zijn waarbij duidelijk dat het schadelijk is, maar dat er toch geen vervolging plaatsvindt."


Zie je dat nu ook al in de praktijk?
"Daarvoor is het nog te vroeg, de wet is nog geen twee jaar oud en er zijn nog nauwelijks uitspraken te vinden. Het moet blijken wat deze zin in de praktijk betekent. Er is nog niet genoeg rechtspraak om te weten of de rechter echt van de naïviteit van de dader uitgaat."

Waarom is het eigenlijk zo geformuleerd in de wet?
"Dat durf ik niet precies te zeggen, maar wat er onbewust uit voortvloeit is ‘victim blaming’. Dus dat het slachtoffer, als ze het had willen voorkomen, niet naakt op de foto had moeten gaan. De houding richting het slachtoffer is dus nog steeds: als jij geen beeldmateriaal had gemaakt om te misbruiken dan was er niks geweest dat in je nadeel had kunnen worden gebruikt en was je ook geen slachtoffer geworden. Dus: We willen je wel beschermen, maar je had ook beter op moeten letten. Die boodschap moet de wet eigenlijk niet sturen."

Jij vindt de wet niet ver genoeg gaan. Wat moet er veranderen?
"Nu is het verspreiden van de naaktbeelden strafbaar als er geen toestemming is. Dan moet je als slachtoffer dus bewijzen dat die toestemming er niet was. Maar waarom draaien we het niet om? Dat de bewijslast bij de dader komt te liggen. Die moet bewijzen dat hij toestemming had voor openbaarmaking. Daarmee wordt het slachtoffer beter beschermd. Daarnaast vind ik het jammer dat het verspreiden van seksueel beeldmateriaal geen seksueel misdrijf wordt genoemd. Het is namelijk een misdrijf dat de seksuele autonomie en integriteit van het slachtoffer aantast. Het is nu slechts een ‘privacy delict’. Dat is geen erkenning voor hoe erg het is voor slachtoffers dat dit is gebeurd. Door het een seksueel misdrijf te noemen geven we als samenleving ook een signaal hoe erg we dit vinden. Je geeft een signaal richting het slachtoffer hoe serieus we hun rechten nemen en een signaal richting de dader hoe erg het is dat ze dit misdrijf hebben gepleegd."

Zeven jaar geleden waren er wereldwijd misschien drie wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp. Nu zijn er duizenden.

Jaarlijks hebben honderden slachtoffers hiermee te maken en daders worden niet of nauwelijks opgepakt. Gaat strengere wetgeving dit probleem oplossen?
"Nee, alleen de wetgeving gaat dit probleem niet oplossen, maar het is wel een eerste voorwaarde. Als er geen wet is, is er ook geen juridische basis om het probleem aan te pakken. Als je het maar laat zitten gebeurt er sowieso niks. Zeven jaar geleden waren er wereldwijd misschien drie wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp. Nu zijn er duizenden. Dus er is echt iets in beweging. We zijn het probleem steeds meer aan het ontleden, aan het erkennen. Het probleem is groot en wordt alleen maar groter, maar de aandacht die er voor is wordt ook alleen maar groter. Slachtoffers worden steeds meer gezien als slachtoffer van een misdrijf dan als een soort gebruiksvoorwerp waar iedereen online naar gaat kijken."

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

J.C.

Justus Cooiman

Verslaggever