23 januari 2020

Producent composteerbare bekers: ‘Je kan het niet in het bos gooien, nee’

Bekijk meer artikelen over: Klimaat en duurzaamheid Bekijk meer artikelen over: De plasticplaag

We bellen met Sietse Stad, directeur van Bioodi, een bedrijf dat vol enthousiasme composteerbare bekertjes, bordjes en servetjes aanprijst en verkoopt. Hoe kijkt hij aan tegen de kritiek op zijn handelswaar? Het wordt in de praktijk namelijk niet gecomposteerd, horen we. ‘Je kan het niet in het bos gooien, nee.’

Voor ons onderzoek naar de Plasticplaag duiken we in de composteerbare plastics. Een merk dat we vaker tegenkomen is Bioodi, ze hebben meer dan 300 ‘duurzame disposables’ in hun assortiment, en leveren composteerbare producten uit hun ‘unieke Natureware-lijn’ aan onder meer de Vlaamse overheid en de Radboud Universiteit. En aan onze redactie.

‘Gros wordt niet gecomposteerd’

Stad is trots op zijn pionierswerk met biologisch afbreekbare wegwerpproducten, maar erkent dat er nog hobbels zijn. ‘Theoretisch gezien kunnen de bekers en bordjes gecomposteerd worden, maar de praktijk is weerbarstig.’ Hoeveel van zijn producten worden er daadwerkelijk gecomposteerd dan? ‘Als ik eerlijk ben? Het gros niet.’

Het heeft volgens hem te maken met wat er aan de afvalkant gebeurt. ‘Composteren is een chemisch proces. Je kan de boel niet in het bos gooien. Je hebt een bepaalde omgeving nodig.’ En daar wringt de schoen. De producten moeten namelijk wekenlang in een industriële composteringsinstallatie liggen om af te breken in water en CO2. Het gewone gft-proces in Nederlandse installaties is daarvoor te kort. ‘Je bent dus afhankelijk van je afvalverwerker, en als die er niks mee doet dan komt het bij het restafval.’

Bedonderd?

Toch prijst Stad zijn producten aan met de marketingslogan ‘100% composteerbaar’. Kan hij zich voorstellen dat mensen zich daardoor bedonderd voelen? ‘Dat kan ik me voorstellen. Maar het kán gewoon gecomposteerd worden. Op kleinere schaal gebeurt het ook bij sommige klanten. Het kan alleen niet bij iedereen in de praktijk.’ De duurzame directeur meent ook dat er gewoon vraag is naar zijn producten: ‘In Amsterdam is het zelfs verplicht om duurzame producten te gebruiken als je op een festival eten wil verkopen. Maar inderdaad: je kan het niet zomaar weggooien. Je moet er wel iets mee doen.’

Stad zoekt de oplossing aan de kant van de afvalverwerkers. ‘We proberen met hen pilots te draaien, maar dat is lastig. Zij hebben ook een verdienmodel. Ik denk wel dat ze steeds meer hun best doen om ook dit soort afval goed te verwerken. Er is 1 fabriek die het doet maar die heeft wel een groot volume nodig van minstens 500.000 koffiebekers.’

Dood materiaal

En als het dan gecomposteerd zóu worden, is het dan circulair? Voegt het dan iets toe aan onze kringloop? ‘Het is natuurlijk dood materiaal. Als je iets composteert, gebruik je het maar 1 keer, dus het is minder circulair dan recyclen,’ geeft directeur Stad toe. ‘Ik ben heus niet roomser dan de paus, maar ik vraag daarom altijd wel aan mijn klanten of ze al die schaaltjes echt nodig hebben of dat ze het ook met minder zouden kunnen doen.’

Auteurs

K.G.

Karen Geurtsen

Redacteur