Bij queer sportclubs als Smashing Pink en Gay Swim Amsterdam vinden leden een plek om zichzelf te zijn. Voor miljoenen andere Nederlanders is zo’n plek buiten bereik, blijkt uit onderzoek van Pointer. “Hier vertelt niemand me dat ik niet vrouwelijk ben als ik mijn lichaamshaar laat groeien.”

Op de banen van Smashing Pink, de queer tennisvereniging in het Amsterdamse Bos, klinkt op een doordeweekse zomeravond het geluid van schoenen over gravel, en ballen die heen en weer vliegen. Langs de kant maken leden zich klaar voor hun wedstrijd, of praten ze na. Het jaarlijkse clubkampioenschap is in volle gang, en deze editie is bijzonder: de club bestaat 30 jaar.

Pointer onderzocht welke drempels LHBTIQ+-sporters tegenkomen. We plaatsten alle 96 LHBTIQ+-(vriendelijke) sportverenigingen op de kaart van Nederland en keken hoeveel mensen daar binnen een redelijke reistijd toegang toe hebben. De online club finder van de stichting Pride en Sports vormde de basis voor het onderzoek, aangevuld met clubs die het certificaat 'Veilige Kleedkamer' ontvingen van de provincie Drenthe.

Voor 12 miljoen Nederlanders ligt er binnen 20 minuten fietsen geen enkele club die zich op LHBTIQ+-personen richt of hen nadrukkelijk welkom heet. Binnen 20 minuten autorijden geldt dat nog voor bijna 4 miljoen mensen.

‘Belangrijk om een safe space te hebben’

Terwijl de vraag naar deze clubs en verenigingen onder queer sporters wel groot is. Uit eerder onderzoek van Movisie bleek dat 63 procent van de lesbische, homoseksuele en biseksuele sporters algemene grappen of opmerkingen over homoseksualiteit meemaakten. Ook gaf 70 procent van de trans vrouwen en 58 procent van de trans mannen aan wel eens negativiteit op de sportclub te ervaren.

Om te zien wat LHBTIQ+-clubs hun leden bieden, ging Pointer er bij twee op bezoek. Smashing Pink begon in 1996 als klein clubje in eigen beheer. "Het doen beoefenen en bevorderen van de tennissport voor met name homoseksuele mannen en lesbische vrouwen en het bevorderen van sociaal contact tussen haar leden", stond bij de oprichting in 1996 in de statuten van de vereniging. Inmiddels telt de club 280 leden.

Voorzitter Marion herinnert zich een moment van 2 jaar geleden nog goed. “Bij de padelbanen hiernaast waren ze elkaar aan het uitschelden voor homo. En wij stonden hier gewoon onze clubkampioenschappen te spelen. Dat zijn wel momenten dat ik denk: het is belangrijk om een safe space te hebben.”

Speler Dignum tennist al vanaf zijn jeugd, maar stopte lange tijd omdat zijn vorige woonplaats Utrecht geen queer tennisclub had, vertelt hij vlak voor zijn wedstrijd. “De drempel om bij een ‘normale’ club te tennissen voelde te hoog. Ik was bang dat ik niet warm ontvangen zou worden, dat ik er niet bij zou horen”, zegt hij. “Ik denk dat in de community best veel angst voor afwijzing is, die je continu meedraagt, ongeacht in welke ruimte je je bevindt. Hier kan ik mezelf zijn.”

‘Geen kwestie van lesbisch tennis’

Ook Simone (62), die al 26 jaar bij Smashing Pink tennist, is ontzettend bij met de club: “Draai het maar om. Een hetero zou ook niet zo snel lid worden bij ons. Zo zou het voor mij voelen bij een normale tennisvereniging.”

Ze relativeert meteen het beeld dat mensen van de club hebben: “Het is geen kwestie van lesbisch tennis hoor, we hebben geen roze rackets”, zegt ze, verwijzend naar de naam van de club. Lachend voegt ze toe dat ze wél roze sokken draagt. “Het is gewoon sport, en dan met gelijkgestemden.”

Hoewel Peter nog maar kort bij Smashing Pink tennist, nadat ook hij Utrecht voor Amsterdam verruilde, zet hij al alles op alles om deze week clubkampioen te worden. “Het was voor mij echt een openbaring dat tennis ook LHBTI-vriendelijk kan zijn”, zegt hij. “We zijn als LHBTI-groep even in de meerderheid. Ik heb dat heel erg nodig, zeker naast mijn baan.”

Voor hem, zoals voor veel andere leden, is de club ook een plek voor rolmodellen. “Stel: ik kies ervoor om geen kinderen te krijgen. Hoe ga ik daar mee om in de toekomst, als mensen om me heen wel kinderen krijgen? Hier op de club zijn veel mensen van alle leeftijden die open over dit soort vragen willen praten.”

Een ‘derde plek’ om jezelf te zijn

Een week later zwemmen we mee bij Gay Swim Amsterdam (GSA), een LHBTIQ+-vereniging die ook al bijna 30 jaar bestaat. Links zwemmen de beginners, al is het niveau al behoorlijk hoog, en helemaal rechts de meest gevorderden. Onder toeziend oog van de trainer trekken tientallen leden een uur hun banen.

Bestuurslid Lisa Konst zwom vroeger bij een ‘gemengde’ vereniging, zoals ze het zelf noemt. Daar werd ze erop gewezen dat ze masculiener overkwam dan andere meiden. “Hier heeft niemand commentaar, of vertelt niemand me dat ik niet vrouwelijk ben als ik mijn lichaamshaar laat groeien”, zegt ze. “Ik kan gewoon blij zijn met mezelf in mijn eigen lichaam.”

“Ik kan gewoon blij zijn met mezelf in mijn eigen lichaam.”

Lisa Konst, Gay Swim Amsterdam (GSA)

Lisa merkt de laatste tijd dat homofobie weer vaker de kop opsteekt, en dat maakt in haar ogen het bestaan van verenigingen voor LHBTIQ+-personen alleen maar belangrijker. Die ervaring staat niet op zichzelf: uit recent onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut blijkt dat de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren substantieel is afgenomen. “Het is een soort slinger die heen en weer beweegt: je weet nooit precies wanneer het weer veilig is om in gemengde groepen te sporten", zegt Lisa. Ze wijst daarom op het belang van een “derde plek” – een plek buiten werk of school en thuis – waar je jezelf kunt zijn, en kunt praten over dingen die je buiten de sport meemaakt.

Op ‘reguliere’ clubs liggen deze onderwerpen soms lastiger, vertellen meerdere leden. “Het zit soms in de kleinste dingen. In een ruimte met veel cisgender hetero’s zijn veel mensen zich er bijvoorbeeld niet van bewust dat het niet voor iedereen even makkelijk is om zwanger te worden”, vertelt een zwemmer die liever anoniem wil blijven.

‘Je vader zal wel trots zijn’

Wat kan een gemengde vereniging doen om de inclusiviteit te vergroten? Dat begint bij relatief simpele zaken, zegt Jan Pieter de Lugt, voorzitter van stichting Pride and Sports: een inschrijfformulier waar bijvoorbeeld naast ‘man’ en ‘vrouw’ ook andere opties opstaan, en waarop iemand kan aangeven voor welke competitie die wil uitkomen. Maar het draait ook om inclusief taalgebruik in de communicatie – de gewenste voornaamwoorden gebruiken, en niet spreken over alleen mannen en vrouwen – en om het opstellen én handhaven van gedragsregels, zodat iedereen zich veilig en geaccepteerd voelt.

“Het zit ‘m niet alleen in gedag gezegd worden bij binnenkomst, maar ook in hoe je met mensen omgaat. Dus als twee vrouwen aan de bar iets bestellen met hun zoontje die een mooie medaille om heeft, dat de barman niet zegt: ‘Je vader zal wel trots op je zijn’. Daar moet je mensen in trainen.”

‘Veilige Kleedkamer’

Hoe dat er in de praktijk uitziet, is te zien bij korfbalclub DOS’46/VDK Groep in het Drentse Nijeveen, een reguliere vereniging die zich nadrukkelijk als veilige plek profileert voor iedereen. Toen de club zich naar aanleiding van een incident wilde inzetten voor een veiliger sportklimaat, kwam toevallig het traject De Veilige Kleedkamer van de provincie Drenthe voorbij. In dit programma werken clubs onder begeleiding aan een inclusievere en veiligere vereniging.

De club was een van de eersten die het vignet ‘Veilige Kleedkamer’ ontving. Op het sportpark wappert de Progress-vlag en ligt een regenboogpad, maar volgens clubmanager Casper Boom zit de inclusie vooral in andere dingen. Jeugdtrainers bespreken bij het seizoensbegin met hun team hoe je met elkaar omgaat en waar je terechtkan als er iets gebeurt; zo is een geschoolde vertrouwenspersoon één van de eisen om het vignet te ontvangen. Pesten wordt actief aangepakt. “En als ik hoor dat er met bepaalde termen gescholden wordt, spreek ik jongeren daarop aan”, zegt Boom.

Toch loopt ook zo’n club tegen grenzen aan, bijvoorbeeld als het gaat om spelers die non-binair zijn. “We kunnen niet de spelregels van de Nederlandse korfbalbond veranderen”, zegt Boom, verwijzend naar de strikte indeling in mannen- en vrouwenteams. “Als je aan wedstrijden mee gaat doen, zul je – net als bij veel andere sporten – wel als man of vrouw moeten meedoen. Maar mocht zich iemand aanmelden die trans of non-binair is, zullen we veel in het werk stellen om diegene een fijne tijd te geven.”

Competitieregels

Ook bij Smashing Pink speelt deze kwestie: wie competitie wil spelen, moet zich inschrijven bij tennisbond KNLTB, die standaard vraagt of iemand man of vrouw is. Op het eigen inschrijfformulier van de club staan daarom ook de opties non-binair en ‘ik wil het niet zeggen’ – maar bij officiële wedstrijden gelden alsnog de regels van de KNLTB.

Die drempel om je aan te melden bij een reguliere sportclub valt wel te verlagen, bepleit belangenorganisatie Transgender Netwerk. “Je aansluiten bij een nieuwe groep mensen is altijd spannend en kwetsbaar, maar als je ook nog moet aftasten of je er wel veilig bent en of je je wel kan omkleden zonder uitgescholden of uitgesloten te worden, wordt de drempel vaak veel te hoog”, zegt een woordvoerder. “Duidelijke berichtgeving over de inclusiviteit van jouw club kan trans mensen een stukje van de vanzelfsprekendheid teruggeven die de meeste mensen altijd al ervaren als ze gaan sporten.”

Gay Games

Hoe belangrijk het is om ergens bij te horen, bleek dit jaar bij de Gay Games in Valencia, ’s werelds grootste LHBTIQ+-sport- en cultuurevenement. Stichting Pride and Sports bracht daar alle Nederlandse deelnemers samen onder één TeamNL. “Veel mensen in onze community zijn eenzaam”, zegt De Lugt van Pride and Sports.

Met name trans en non-binaire personen doen relatief vaak aan individuele sport. “Daarom hebben we nu iedereen onderdeel van één team gemaakt. Ik zag iemand die voor het eerst het gevoel had dat die echt welkom was, dat die ertoe doet. Diegene was helemaal emotioneel.”

"Ik zag iemand die voor het eerst het gevoel had dat die echt welkom was."

Jan Pieter de Lugt, Pride and Sports

Emancipatie binnen queer clubs

Ook binnen queer verenigingen is het werk nooit af. Toen Lisa Konst 3 jaar geleden bestuurslid werd bij Gay Swim Amsterdam, wilde zij de vereniging inclusiever maken voor trans en non-binaire personen. Ze ging in gesprek met de verschillende zwembaden waar ze actief zijn, die daardoor naast de vrouwen- en mannenkleedkamer ook individuele kleedhokjes beschikbaar stelden.

Ook maakte ze een overzicht van plekken waar mensen trans inclusieve zwemkleding kunnen kopen. “Ook voor hen moet de sport toegankelijk zijn. Ze moeten zich comfortabel voelen, hoe ze ook over hun lichaam denken”, zegt ze.

“Eigenlijk is sport ook protest. Het feit dat we er zijn, dat we plezier hebben, dat we bestaan en zichtbaar zijn, zorgt soms al voor schuring en weerstand”, zegt Marion van Smashing Pink. “Maar het belangrijkst is dat we het gewoon heel leuk hebben met elkaar.”

Makers

Samen komen we verder

Ons onderzoek begint bij jou. Heb jij een tip of ervaring die je met ons wil delen? Laat het ons weten!

Heb jij een tip of ervaring die je met ons wil delen? Laat het ons weten!

Documentatie uploaden
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.

Bedankt, je tip is verstuurd

Wat gebeurt er nu met mijn tip?

Bedankt dat je de tijd hebt genomen om het tipformulier in te vullen. Je tip is verstuurd naar de redacteur van het onderzoek. Wij publiceren niets met naam en toenaam zonder contact met je op te nemen. Soms krijgen we zoveel tips binnen dat het ons helaas niet lukt om iedereen een persoonlijke reactie te sturen. We vragen je begrip hiervoor. 

Benieuwd naar de impact van eerdere tips?

Van kamervragen tot petities en maatschappelijk debat: samen met jou pakken we systemisch falen en onrecht aan. Benieuwd naar de impact van eerdere onderzoeken en ingezonden tips? Bekijk dan nu ons track record.