12 juli 2018

Re-integratiebureaus bij burn-out: ‘Je moet het kaf van het koren scheiden’

Bekijk meer artikelen over: Werk en geld Bekijk meer artikelen over: Ziek door werk

‘Het neerzetten van alle casemanagers als een soort van cowboys, daar ben ik het absoluut mee oneens.’ Dit mailt Mariëlle Jissink naar aanleiding van ons artikel over Hans die ziek thuis zat met een burn-out. Volgens Hans was zijn begeleider bij de re-integratie meer bezig met de (financiële) belangen van zijn werkgever dan met zijn gezondheid en moest hij veel te snel weer aan het werk. Mariëlle is zelf ook casemanager voor zieke werknemers en hun werkgever. We spreken haar voor ons onderzoek Ziek door mijn werk.

Hans werkt al 18 jaar in de media bij dezelfde werkgever wanneer hij een burn-out krijgt en te maken krijgt met een casemanager van een extern re-integratiebureau. Die wil hem ‘zo snel mogelijk weer aan het werk hebben of de WW in’, laat hij ons weten. Door de druk die hij voelt, wordt hij steeds zieker.

Lees hier het artikel over Hans:

Mariëlle: ‘Ik herken mij totaal niet in de casemanager zoals in dit artikel beschreven en dat is ook niet hoe wij studenten opleiden. Ik heb altijd oog voor werkgever én werknemer.’ Mariëlle is ook docent op een post HBO-opleiding voor re-integratie en verzuimbegeleiding (Register Casemanagement). ‘Ik denk dat je een heel duidelijk onderscheid moet maken tussen de verschillende casemanagers’, aldus Mariëlle. Zelf ben ik Register Casemanager, gediplomeerd en geregistreerd in het RSC (Register Specialistisch Casemanagement, red.).’

Ongewenste situatie

‘Een goede casemanager gaat af op het advies van de bedrijfsarts. En als een werknemer vindt dat hij te snel moet re-integreren dan kan hij een second opinion vragen bij een andere bedrijfsarts of bij het UWV. ‘Maar’, beaamt Mariëlle: ‘Niet alle casemanagers hebben de benodigde kwalificaties. Er zijn inderdaad ook casemanagers zonder scholing.’ Zelf werd zij ooit ingehuurd door een kleine arbodienst waar de noodzakelijke kennis ontbrak. Ook is Mariëlle kritisch over de trend om de leidinggevende van een zieke werknemer als casemanager aan te stellen. 'Casemanagement is echt een vak, niet iets wat je er even bij kunt doen. De leidinggevende is degene die het contact met de werknemer heeft en een cruciale rol heeft zodra een werknemer weer passende arbeid kan verrichten. De casemanager geeft de werkgever adviezen aan welke wettelijke regelingen moet worden voldaan.'

Aanspreekpunt

Alle werknemers die langer dan acht weken ziek thuis komen te zitten, moeten door hun werkgever een casemanager toegewezen krijgen. De casemanager, is het aanspreekpunt tussen de werkgever, werknemer en het UWV en zorgt ervoor dat de re-integratie aan alle eisen uit de Wet Verbetering Poortwachter voldoet. Die wet is ingesteld om het aantal werknemers dat langdurig ziek is terug te dringen. Het uitgangspunt hierbij is dat snel en effectief ingrijpen het verzuim korter maakt. Veel grote organisaties hebben deze casemanagers zelf in dienst, maar vaak wordt een casemanager van een arbodienst ingezet of wordt die ingehuurd bij een zelfstandig re-integratiebureau. Ook komt het dus voor dat de leidinggevende als begeleider van de zieke werknemer wordt ingezet.

Werkgevers hebben er volgens Mariëlle net zo goed belang bij dat een werknemer niet té snel weer aan het werk gaat en zo goed mogelijk herstelt, want een terugval kost werkgevers ook veel geld. Zij zijn namelijk verplicht om twee jaar lang het loon door te betalen van werknemers die ziek thuis zitten. Ook moeten werkgevers tot maximaal tien jaar de WIA uitkering betalen (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen), een uitkering die een werknemer ontvangt als hij na twee jaar niet of alleen gedeeltelijk aan het werk kan.

Wachtlijst

‘Wat lastig is bij burn-outs is dat het lang kan duren voordat adequate behandeling en vervolgens de re-integratie in gang wordt gezet. Meestal gaat het zo dat eerst de praktijkondersteuner van de huisarts gesprekken voert met de werknemer. Die zijn vooral gericht op de gezondheid van de werknemer, maar niet bezig met de relatie tussen gezondheid en werk.’ Daarna komt een zieke werknemer vaak nog op een wachtlijst van de GGZ. Daarom is het goed, vindt Mariëlle, als een werkgever zelf op zoek gaat naar een plek waar de werknemer sneller geholpen kan worden. Mariëlle: ‘Het duurt anders heel lang en dan kan de werkgever ook ontevreden worden. En hoe langer je wacht met de terugkeer naar werk, hoe hoger de drempel voor een werknemer wordt om weer aan het werk te gaan.’

Auteurs

M.S.

Marjolein Schut

Redacteur