7 september 2018

Stedenbouwkundige: ‘Gemeente zit in enorme spagaat tussen economisch belang en leefbaarheid’

Bekijk meer artikelen over: Wonen en leefomgeving Bekijk meer artikelen over: Lokaal bestuur

We ontvingen verschillende tips van inwoners van Eerbeek en Renkum waar veel bewoners last hebben van papierfabrieken dichtbij hun woningen. Vervelend, maar Nederland is niet groot en ruimte is schaars. Hoe bewaar je de balans tussen woongenot en economische belangen? Voor ons onderzoek Lokaal Bestuur komen we in contact met stedenbouwkundige Rob van der Velden.

‘De verhouding tussen industrie en woningen is ingewikkeld,’ vertelt Rob Van der Velden. Hij is voorzitter van de Beroepsvereniging van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen en houdt zich onder andere bezig met de relatie tussen woningen en industrie. ‘Nederland is een klein land. We zijn dichtbevolkt. Het is bij ons altijd schipperen met de ruimte. En dat maakt het niet makkelijk,’ legt de stedenbouwkundige uit.

‘Neem nou de Randstad. Je hebt Schiphol, er zijn havengebieden maar ook natuurgebieden. Er zijn gewoon niet heel veel plekken waar je nog woningen kunt bouwen. Die komen dus steeds dichterbij industrieën te staan,’ zegt hij.  

Wikken en wegen

Dat brengt allerlei partijen - gemeenten, provincies maar ook stedenbouwkundigen en planologen - in een spagaat tussen economische belangen en woongenot. ‘Er moet altijd een afweging gemaakt worden tussen de leefbaarheid voor bewoners en de economische belangen van industrie,’ stelt Van der Velden. Als stedenbouwkundige is hij vaak bezig met deze afweging: ‘Ik moet me altijd afvragen hoe ik binnen de uitgangspunten, contouren en te verwachten overlast een zo goed mogelijk woonmilieu kan maken.’ Dat houdt in dat hij zowel rekening moet houden met de ruimte van de industrie, maar ook met de leefkwaliteit van omwonenden.

Van der Velden geeft een voorbeeld: ‘Stel, ik krijg de opdracht te bouwen vlakbij de contouren van de industrie. Bij Schiphol bijvoorbeeld. De kans bestaat dat bewoners overlast krijgen. Ik moet dan goed onderzoeken hoe ik meer woonkwaliteit kan creëren. Dat kan ik doen door extra speelplekken en extra groen te realiseren, maar ook door maatregelen te treffen die gericht zijn op het voorkomen van overlast. Daarmee zeg ik eigenlijk: je hebt misschien overlast van industrie, maar je krijgt er wel veel voor terug.’

‘Gemeenten moeten meer luisteren naar wat hun burgers belangrijk vinden. Dat betekent echter wel een complete cultuuromslag’

Rob van der Velden, stedenbouwkundige

Dat betekent overigens niet dat het makkelijk is om te bouwen vlakbij industrie. ‘Het is en blijft een moeilijke opdracht. Ik zal altijd moeten schipperen tussen verschillende belangen,’ vertelt hij. Volgens Van der Velden worstelen niet alleen stedenbouwkundigen met deze ontwikkeling, maar zitten ook gemeenten en provincies in een spagaat. ‘Gemeenten willen heus wel luisteren naar hun burgers, maar ze willen tegelijkertijd ook de bedrijvigheid en werkgelegenheid behouden. Dat is een moeilijke afweging die niet onderschat moet worden,’ zo stelt hij.

‘Burgers worden steeds mondiger’

Bovendien krijgen gemeenten volgens Van der Velden steeds vaker te maken met mondige burgers. ‘Het hoort een beetje bij de huidige tijd, maar burgers laten zich tegenwoordig niet meer zo makkelijk iets vertellen door het bevoegd gezag.’ Bij De Monitor zagen we dat al eerder in Renkum, waar de onderzoeken van de GGD naar de uitstoot van de papierfabriek niet worden vertrouwd. Van der Velden: ‘Burgers zijn beter geïnformeerd en willen een actieve rol als er bouwplannen zijn.’ Hij noemt het voorbeeld van de aanleg van de IIsselmeerpolders: ‘Vroeger werden deze polders eigenlijk zonder inbreng van burgers aangelegd, dat zou tegenwoordig echt niet meer zo makkelijk gaan.’

Daarnaast verwachten burgers ook steeds meer van hun gemeente. ‘Burgers verwachten niet alleen dat de gemeente overlast kan uitsluiten, maar willen ook dat hun eisen worden ingewilligd als ze toch overlast van industrie ervaren,’ vertelt hij. Hoewel Van der Velden de opkomst van mondige burgers een vorm van ‘gezond burgerschap’ noemt, maakt hij ook duidelijk dat gemeenten in een lastige positie zitten.

‘Wees duidelijk als gemeente’

‘Het is heel goed als burgers zich inlezen en zich bemoeien met bestemmingsplannen, vergunningen en bouwplannen. Ze moeten zich echter ook bewust zijn van het feit dat gemeente altijd een weloverwogen keuze maakt. Het is écht een lastige afweging, en de uitkomst daarvan is niet altijd prettig voor inwoners. Dat is niet leuk, maar je kunt simpelweg niet iedereen tevreden houden als gemeente. Je stelt altijd wel iemand teleur,’ zegt Van der Velden.

Volgens de stedenbouwkundige houdt dat wel in dat een gemeente altijd duidelijkheid moet geven over haar visie. ‘Een gemeente moet wel goed uitleggen aan haar burgers waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Wees open over de moeilijkheid van de afweging, en neem de burgers serieus. Ga in gesprek met de gemeenschap en luister naar wat zij belangrijk vindt. Pas als je alles hebt gedaan om tot de beste uitkomst te komen, kun je mensen teleurstellen,’ meent Van der Velden. Hij sluit af: ‘Dat betekent echter wel een complete cultuuromslag voor lokale overheden.’