Sporters zijn zo goed als kansloos als ze in een dopingproces terechtkomen. Ze worden veroordeeld tot lange schorsingen, terwijl ze volgens experts onschuldig kunnen zijn. De dopingwetgeving is zo streng, dat procederen weinig zin heeft. Dat geldt voor topsporters, maar ook voor amateurs, zo blijkt uit onderzoek van Pointer.

Pointer zette alle dopingzaken sinds 2013 op een rij - 78 in totaal. Uit die cijfers blijkt dat zo’n procedure zo goed als kansloos is. In bijna 85 procent van de zaken werd de strafeis overgenomen in een strafoplegging – of er werd zelfs een hogere straf uitgesproken. In de overige 15 procent werd een lagere straf opgelegd. In acht jaar werd slechts vier keer een sporter vrijgesproken.

Alle sporters die meedoen aan wedstrijden vallen onder de dopingregels. Die dopingregels worden internationaal vastgelegd en nationaal gehandhaafd door de Nederlandse Dopingautoriteit. Als er sprake is van een dopingovertreding, bijvoorbeeld door een positieve dopingtest, dan krijgt de sporter een straf opgelegd. Als de sporter het daar niet mee eens is, kan hij naar de tuchtrechter stappen. Bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR) wordt dan een procedure gestart.

Schuldig?

In het dopingrecht is een sporter na een positieve dopingtest schuldig, tenzij hij kan aantonen dat er géén sprake is van dopinggebruik. Dat blijkt in de praktijk bijna onmogelijk. Advocaat Lars Westhoff verdedigt (amateur)sporters in dopingzaken, en ziet de machteloosheid van sporters. Westhoff: "Sporters zijn nagenoeg kansloos. Niet door eigen toedoen, maar door het systeem."

Vooral amateurs zijn kwetsbaar. Zij hebben niet de financiële middelen om zich te verdedigen en zijn zich door een gebrek aan voorlichting soms niet eens bewust van een overtreding. Toch worden ook die amateurs keihard aangepakt met lange schorsingen van twee of vier jaar. Zoals wielrenner Sjors Dekker, die na het gebruik van zijn astmamiddel salbutamol voor 4 jaar geschorst werd.

Westhoff noemt dit 'the war on doping'. "Het idee is ontstaan dat je keihard op moet treden tegen valsspelers, de Lance Armstrongs van deze wereld. En terecht in mijn ogen", zegt Westhoff. "Maar nu vallen er slachtoffers die niets met dit conflict te maken hebben. Dan moet je je afvragen: schieten we door?"

Bovendien hoeft een positieve dopingtest volgens dopingexpert Douwe de Boer niet altijd hét bewijs te zijn dat een sporter ook daadwerkelijk doping geeft gebruikt. Pointer legde de dossiers van drie recente dopingzaken voor waarin De Boer tot de conclusie kwam dat de betreffende sporters in zijn ogen onschuldig zijn. Toch werden in twee van de drie zaken lange schorsingen opgelegd, in de derde zaak moet nog uitspraak gedaan worden.

Menselijke maat ontbreekt

Hoogleraar Sportrecht Marjan Olfers hield zich in het verleden bezig met dopingzaken, maar is daarmee gestopt. "Ik had moeite met de systematiek en de geringe ruimte voor de menselijke maat", zegt Olfers.

Jaarlijks start slechts een handjevol sporters een zaak bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR). Sinds 2013 zijn er 78 dopingzaken geweest. In 2020 waren het er vijf, in 2019 acht. Er zijn ook sporters die hun straf meteen accepteren en geen zaak beginnen bij het ISR.

Herman Ram van de Dopingautoriteit geeft aan 'veel tijd te steken' in het gebied waarin niet helemaal duidelijk is of een sporter schuldig is. Ram: "Zo'n 25 procent van de dopingovertredingen wordt niet opzettelijk begaan en daarom ook minder hard gestraft. Maar je kunt dat niet aan de sporter zien, en verklaringen van een sporter zijn nu eenmaal niet altijd betrouwbaar. Dit is vaak een ingewikkelde zoektocht. De Dopingautoriteit pleit sinds jaar en dag voor meer mogelijkheden om 'maatwerk' te leveren. Maar de Code (de dopingregels, red.) is uiteindelijk wel wat hij is, en daar zijn wij aan gebonden."

In Pointer vertellen sporters Hinke Schokker en Jordi van Loon over hun dopingprocessen, zondag 19:00 uur op NPO Radio 1.

Amateursporter kansloos in dopingproces

Auteurs

B.B.

Benjamin de Bruijn

Verslaggever radio