15 oktober 2018

‘Het verbaast me dat er geen onafhankelijke voorlichtingsdienst is voor de landbouw’

Bekijk meer artikelen over: Wonen en leefomgeving Bekijk meer artikelen over: Bestrijdingsmiddelen

Van distributeurs en producenten horen we dat de bestrijdingsmiddelen die zij aan de man brengen als veilig zijn bestempeld in laboratoria. Maar wat treffen we aan in onze bodem? Hoogleraar Violette Geissen deed er onderzoek naar.

Voor ons onderzoek naar Bestrijdingsmiddelen zoeken we hoogleraar Violette Geissen op in de nieuwe proeftuin van Wageningen University & Research (WUR). Op zo’n 80 hectare polderklei stimuleren onderzoekers daar de biodiversiteit. Hun doel is onder meer het beperken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Jullie hebben onderzoek gedaan naar de invloed van pesticiden?
‘We wilden weten hoeveel pesticiden er in de Europese bodem zitten. We hebben gekeken naar heel Europa en in de helft van de landbouwgronden vonden we glyfosaat en AMPA (het afbraakproduct van glyfosaat, red.). Maar we zagen ook vaak een mengsel van pesticidenresiduen. En de effecten van mengsels van pesticiden op het bodemleven, daarover is niets bekend.’

Dat is nooit onderzocht?
‘Dat is nooit onderzocht. Wat we weten is hoe belangrijk het bodemleven is. Een sterke bodem houdt de ziektedruk voor planten laag en zorgt voor mineralisatie. Als het bodemleven niet intact is dan krijg je dus problemen met bodemgezondheid, de vruchtbaarheid en ook met de ziektedruk op planten. Dan moet de boer weer heel veel spuiten om de schimmels te bestrijden. Zo zit je in een vicieuze cirkel.’

Wij kregen een tip binnen van iemand die reclame krijgt via de mail voor glyfosaat. Daarin staat dat het geen kwaad kan. Dat het ‘onschadelijk wordt bij contact met de bodem’.
‘Dat klopt niet. Glyfosaat breekt grotendeels af naar een stabiel afbraakproduct: AMPA. Het wordt vastgehouden en blijft maanden in de grond. AMPA stapelt zich op. Er zijn indicaties dat glyfosaat (of AMPA dus) het hele bodemleven in de war stuurt: de goede bodembacteriën doodt, terwijl de ziekteverwekkende bacteriën overleven. We weten het nog niet goed genoeg, dus dan kun je niet zeggen dat het onschadelijk wordt.’

Maar dat is wel de informatie die boeren krijgen.
‘Dat is wat mij verbaast, dat er geen landelijke landbouwvoorlichtingsdienst is in Nederland die onafhankelijk is. Blijkbaar worden boeren voorgelicht door de industrie of andere bedrijven. Duitsland heeft een onafhankelijke voorlichtingsdienst.’

Zien we de gevolgen alleen in landbouwgronden?
‘Wat je spuit, blijft niet allemaal liggen. Ook is het vaak aan de bodem gebonden en kan dan met de bodemdeeltjes door winderosie over grote afstanden getransporteerd worden. Bijvoorbeeld naar natuurgebieden toe. Door bodemerosie kan het in het oppervlaktewater terechtkomen. We hebben niet voor niets zoveel pesticiden in het water en de drinkwatermaatschappijen moeten veel doen om dat water weer schoon te krijgen.’

We horen dat ons landbouwsysteem stamt van na de oorlog toen er veel voedsel geproduceerd moest worden. Nu spreken we nog steeds boeren en adviseurs die zeggen: 'Wij moeten de wereld voeden, en daarom moeten we het nog steeds zo doen.'
'Het is één van de eerste jaren dat er meer mensen aan de gevolgen van overgewicht zijn overleden dan door ondervoeding. En we gooien 30 procent van ons voedsel weg. We hebben niet te weinig voedsel; het probleem is de gelijke distributie over de wereld.’

Auteurs

K.G.

Karen Geurtsen

Redacteur