24 maart 2021

Kwaliteit van goede psychodiagnostiek onder druk

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Verkeerd gediagnosticeerd

De kwaliteit van goede psychodiagnostiek staat onder druk, blijkt uit een recent onderzoek van de commissie Kwaliteit van de NVGzP (Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie en haar specialismen). Die commissie richt zich onder andere op het bevorderen van goede psychodiagnostiek. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat vooral lager opgeleide psychologen intakes doen met nieuwe cliënten. “Dat is zorgelijk, want een diagnose van iemand met autisme bijvoorbeeld is heel complex. Dat vraagt om goede scholing en kennis. Iemand die daarin onvoldoende is opgeleid, zou niet die diagnostiek moeten doen.” 

De kwaliteit van goede psychodiagnostiek staat onder druk, blijkt uit een recent onderzoek van de commissie Kwaliteit van de NVGzP (Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie en haar specialismen). Die commissie richt zich onder andere op het bevorderen van goede psychodiagnostiek. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat vooral lager opgeleide psychologen intakes doen met nieuwe cliënten. “Dat is zorgelijk, want een diagnose van iemand met autisme bijvoorbeeld is heel complex. Dat vraagt om goede scholing en kennis. Iemand die daarin onvoldoende is opgeleid, zou niet die diagnostiek moeten doen.” 

We bellen hierover met Ingrid Wigard, betrokken bij deze commissie, en zelf klinisch psycholoog bij een grote instelling waar ze 5 jaar geleden een psychodiagnostisch centrum oprichtte. Juist in een periode waarin diagnostiek onder druk stond. “Waar we steeds mee worstelen in het veld is dat we geen overdiagnostiek willen doen en dat cliënten niet te lang hoeven te wachten op een behandeling. Dus je wilt iemand snel leiden naar de juiste zorg en niet onnodig belasten met teveel diagnostiek aan de voorkant die niet aansluit op de hulpvraag van de cliënt zelf. Maar aan de andere kant is het belangrijk om een goede diagnose te stellen zodat iemand ook de juiste behandeling krijgt.” 

Oproep aan hulpverleners

Wat zijn jouw ervaringen als hulpverlener in de geestelijke gezondheidszorg met diagnostiek? Vind je dat er genoeg tijd wordt genomen voor complexe diagnostiek? Is er genoeg specialistische kennis binnen jouw zorginstelling aanwezig?

Deel jouw verhaal

In het voorjaar van 2020 hield de commissie een kwalitatief onderzoek naar hoe het gesteld is met de psychodiagnostiek binnen instellingen waar basis- en specialistische geestelijke gezondheidszorg wordt geleverd. Ellen van den Eijnden, klinisch psycholoog en tevens lid van de commissie vertelt: “Over wat (psycho)diagnostiek is, bestaan verschillende invalshoeken. In de diagnostiek proberen we antwoord te vinden op de oorzaken van gedrag (verklarende diagnostiek). Of een beschrijving te geven van de sterke en minder sterke kanten van een persoon (beschrijvende diagnostiek). Ook kan diagnostiek als functie hebben om een clustering aan te brengen in alle problemen waarmee mensen zich bij ons aanmelden. Dit noemen we de classificerende diagnostiek, die leidt naar een diagnose. Allemaal diagnostiek, maar toch erg verschillend.  Bij de commissie Kwaliteit staat diagnostiek voorop, niet alleen het stellen van een diagnose.”  

Geen toezicht

Uit het onderzoek bleek dat in veel instellingen masterpsychologen (psycholoog die alleen de 4-jarige masterstudie heeft afgerond en nog geen specialisaties, red.) intakes doen. Verder bleek dat een derde van de instellingen een aparte afdeling voor testdiagnostiek had. De overige dus niet. Wat ook bleek is, dat als er beleid is, er meestal geen toezicht is op hoe dit wordt opgevolgd. Verder is er vaak geen structurele, intercollegiale toetsing of intervisie over diagnostiek. 

Meer hoger opgeleiden 

Van den Eijnden: “Eigenlijk zou je willen dat juist de GZ-(gezondheidszorg-) psychologen en klinisch psychologen (die hebben na 4-jarige masterstudie zich 2 t/m 6 jaar gespecialiseerd, red.) meer aan de voorkant werken, dus dat de hoger opgeleiden met veel kennis van diagnostiek, in de vorm van intakes en consulten, afnemen.” En dat, indien nodig, cliënten verwezen kunnen worden voor specialistische diagnostiek waar bijvoorbeeld het werken met testen onderdeel van is. Uit het onderzoek bleek dat GZ- en klinisch psychologen weinig testdiagnostiek meer doen na hun afstuderen waardoor hun expertise daarin afneemt. En zij zouden niet tot nauwelijks hun kennis van de testdiagnostiek op peil houden met nascholing. 

Goed opgeleide mensen

“Wij willen als vereniging voor gezondheidszorgpsychologen en klinisch (neuro)psychologen dat diagnostiek een veel duidelijkere plek krijgt en door goed opgeleide mensen wordt gedaan. Dat gebeurt nu nog onvoldoende.” Volgens Wigard zijn er twee oorzaken aan te wijzen. Er is een tekort aan GZ-psychologen, door een tekort aan opleidingsplekken. Maar van andere bronnen horen wij dat het er ook mee te maken heeft dat GZ-psychologen steeds vaker vrijgevestigd gaan werken, waardoor in de psychiatrische instellingen tekorten ontstaan aan hoger opgeleid gekwalificeerd personeel. 

Korte termijn resultaat 

Daarnaast zouden managers en zorgverzekeraars sneller op een ‘korte termijn resultaat’ inzetten, dus die gaan voor behandelen. “Goede diagnostiek kost tijd en lost niet direct de wachtlijstproblematiek op. Maar als iemand van behandeling naar behandeling gaat omdat het niet aanslaat, is dat ook duur en het levert veel brokken op. Dan wil je liever aan de voorkant iemand goed diagnosticeren, zodat je sneller een gerichte en dus geslaagde behandeling kunt inzetten,” zegt Wigard. Toch denkt zij dat het op de langere termijn efficiënter is. 

Specialistische diagnostiek 

“Een diagnose van iemand met autisme bijvoorbeeld is heel complex. Dat vraagt om goede scholing en kennis. Iemand die daarin onvoldoende is opgeleid, zou niet die diagnostiek moeten doen.” stelt Wigard. Zij werkt zelf in een specialistisch diagnostisch behandelcentrum. Daar werken voornamelijk hoger opgeleiden, die dus meer kosten. Maar dat levert ook wat op, want diagnostiek vergt veel kennis. “Wij zien daar vaak de vraag: is het persoonlijkheidsproblematiek, autisme, adhd of in hoeverre speelt trauma een rol? Als iemand ernstig getraumatiseerd is in de kindertijd, kan dat ook leiden tot problemen in relaties met anderen. Maar dat is ook iets wat je ziet bij mensen met autisme. Dus de eigenschapen lijken op elkaar, maar het ontrafelen van de achterliggende oorzaken is specialistisch werk.” 

Wil je op de hoogte blijven dit onderzoek?

Meld je aan voor de nieuwsbrief.

Auteurs

S.A.

Saskia Adriaens

Redacteur