13 maart 2022

Medisch onderwijs over man-vrouwverschillen? Dat is nog lang niet overal verplicht

Mannen en vrouwen verschillen van elkaar tot op celniveau, en dat is van invloed op onze gezondheid. Toch is hier nog niet altijd aandacht voor binnen het medisch onderwijs. Waarom is dat?  

“Het probleem is eigenlijk dat we heel veel weten, maar dat we de kennis die we hebben onvoldoende toepassen in de praktijk”, stelt cardioloog Angela Maas als we haar vragen waarom een op de drie hartinfarcten bij vrouwen nog steeds wordt gemist. Ter vergelijking: bij mannen wordt een op de zes hartinfarcten niet herkend.

Ook Maxine Bosman liep een jaar lang rond met hartklachten zonder dat ze het wist. Door haar jonge leeftijd, ze was toen nog maar 36, en het ontbreken van de klassieke pijn op de borst dacht niemand aan hartproblemen. Pas na een zwaar hartinfarct en een handjevol artsen werden haar klachten tijdens een bloeddrukcontrole per toeval herkend. “Ik had geen ‘Hollywood’ hartinfarct, waarbij een oude man naar de borst grijpt en op de grond valt.”

Hoewel in Maas’ vakgebied veruit het meest bekend is over man-vrouwverschillen, vindt die kennis nog niet altijd een weg naar de behandelkamer. De vertaling van onderzoeksresultaten naar de praktijkvoering gaat volgens Maas “ontzettend traag”. “Dat heeft te maken met dat het geen prioriteit heeft en dat het niet een verplichte module is in de opleiding”, stelt Maas. Dat er in de geneeskunde nog altijd te weinig aandacht is voor man-vrouwverschillen, heeft ook te maken met dat artsen al sinds jaar en dag worden opgeleid om patiënten gelijk te behandelen.

Sekseverschillen doen ertoe

“Dat klopt natuurlijk ook, alleen dan moet je wel rekening houden met sekseverschillen”, legt huisarts Doreth Teunissen uit. Anders kan gelijke behandeling leiden tot ongelijke gezondheid. Klachten kunnen zich bij mannen en vrouwen namelijk anders voordoen, zo ervaren vrouwen bijvoorbeeld lang niet altijd een drukkende pijn op de borst met uitstraling naar de arm bij een hartinfarct. Wel zijn ze vaker extreem vermoeidheid, duizelig, kortademig en ervaren ze pijn in de bovenbuik, kaak, nek of tussen de schouderbladen. Ook hebben mannen en vrouwen een verschillend risico op bepaalde aandoeningen en reageren ze vaak anders op dezelfde behandeling.

Helaas zijn nog niet alle artsen en docenten zich bewust van man-vrouwverschillen

Doreth Teunissen, Kenniscentrum Sekse en Diversiteit

Hoewel er in de afgelopen jaren veel is gebeurd om genderspecifieke zorg op de agenda te zetten, valt er volgens Teunissen nog veel te winnen. Naast haar werk als huisarts staat ze aan het hoofd van het Kenniscentrum Sekse en Diversiteit in Medisch Onderwijs aan het Radboudumc, dat zich bezighoudt met het ontwikkelen van onderwijsmateriaal over sekse en diversiteit voor artsen in opleiding. Met e-learnings, factsheets, podcasts, studieopdrachten en toetsvragen probeert het kenniscentrum docenten en onderwijscoördinatoren van relevant onderwijsmateriaal te voorzien en hen zo op een laagdrempelige manier te overtuigen om aandacht te besteden aan sekse en gender.

Geen prioriteit

Een makkelijke opgave is dat niet, vertelt Teunissen. “Mondjesmaat lukt het wel, vooral in het Radboud, maar het is niet makkelijk.” Dat heeft volgens haar te maken met een aantal zaken. “Helaas zijn nog niet alle praktiserende artsen en docenten zich bewust van man-vrouwverschillen. De kennis dat elke cel anders functioneert bij mannen of vrouwen begint de laatste decennia eigenlijk pas mondjesmaat door te dringen.” Ook zit het curriculum van medische opleidingen vaak al zo ontzettend vol, dat er weinig tijd overblijft voor een extra onderdeel als sekse en gender. “Zeker als het onderwerp geen prioriteit krijgt.” Lukt het wel om docenten te overtuigen om ruimte te maken in het onderwijsprogramma, dan is het maar de vraag voor hoe lang. Want niet alleen studenten, maar ook docenten komen en gaan.

“Het liefst heb je eigenlijk een soort genderambassadeur binnen een faculteit die probeert allerlei docenten te motiveren om sekse en gender in hun onderwijsdeel te krijgen. Ook moet je directeuren zo ver krijgen dat ze het belangrijk vinden dat iedereen die onderwijs geeft sekse en gender opneemt in de leerdoelen. Pas dan heb je een goede borging, en daar gaat het nu nog fout.”

Vooruitgang

Toch is er in de afgelopen jaren wel vooruitgang geboekt, vertelt Teunissen tevreden. Er is steeds meer onderwijsmateriaal beschikbaar, er zijn trainingen voor opleiders en docenten ontwikkeld en in 2016 zijn er afspraken gemaakt om aandacht voor sekse en gender te verankeren in de medische vervolgopleidingen huisartsgeneeskunde, cardiologie, psychiatrie, interne geneeskunde en maatschappij en gezondheid. Dat betekent dat man-vrouwverschillen binnen die opleidingen, ongeacht universiteit, altijd moeten worden besproken. “Maar voordat sekse en gender optimaal geïmplementeerd is binnen de opleidingen is er nog veel te doen.”

Zowel in het medisch onderwijs, als in de diagnostiek en behandeling kan nog veel verbeterd worden. Dat vindt ook PvdA-Kamerlid Lilianne Ploumen, die een initiatiefnota schreef met een uitgebreide lijst met voorstellen. Een van de punten in haar nota met de naam ‘de noodzaak van gendersensitieve zorg’ gaat over het verplichten van gendersensitief onderwijs voor artsen in opleiding.

Minister aan zet

“Vrouwen krijgen in veel gevallen niet de zorg die ze nodig hebben”, vertelt Ploumen als we haar opzoeken in Den Haag. “Ik heb te veel verhalen gehoord van vrouwen die in feite onderbehandeld of te laat behandeld zijn, en daardoor gewoon niet de zorg hebben gekregen die ze nodig hadden. Dus het is heel belangrijke dat de wetenschappelijke kennis die we hebben ook terechtkomt bij studenten, docenten en artsen.” Wat haar betreft is de minister van Volksgezondheid, Ernst Kuipers, aan zet.

De minister ziet dat anders. Als we hem om een reactie vragen laat een woordvoerder weten dat de inhoud van de medische opleidingen ‘wordt bepaald door het onderwijs en het werkveld samen’. De verantwoordelijkheid om binnen het onderwijsaanbod voldoende aandacht te besteden aan gendersensitieve zorg ligt volgens de minister bij hen. Of de Kamer hier hetzelfde over denkt valt nog te bezien. Morgen wordt de initiatiefnota van Ploumen in klein comité uitgebreid besproken..

Meer weten over de achtergestelde positie van vrouwen in de gezondheidszorg? Vanavond in Pointer om 22.10 uur, NPO2.

Ons onderzoek gaat door

We zijn benieuwd naar andere aandoeningen, symptomen of bij medicijnbijwerkingen die bij vrouwen vaak over het hoofd worden gezien. Heb jij hier ervaring mee als patiënt, arts of apotheker? 

We horen graag je verhaal

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

S.G.

Silvia Geurts

Redacteur