Tussen iedere les een beweegtussendoortje als steen-papier-schaar of het ballonnenspel? Meester Alperen moest er eerst niets van weten. Om te leren moet het stil zijn en de kinderen rustig, had hij op de pabo geleerd. Maar inmiddels is hij van gedachten veranderd: “Kinderen trekken meer naar elkaar toe.”
“Ik liep stage op deze school, en merkte dat hier best wel veel bewogen werd”, zegt Alperen Kocak (29), temidden van de kinderen uit groep 7 van basisschool de Waterhof. “Terwijl er vanuit de Pabo juist wordt gezegd: kinderen moeten stilzitten en veel luisteren. Eigenlijk was ik in het begin zelf ook tegen het bewegen en vond ik het best lastig. Ik dacht: waarom moeten die kinderen voortdurend bewegen?”
Maar naarmate de tijd verstrijkt, loopt de dan kersverse leraar tegen verschillende dingen aan. “De kinderen werden bij mij onrustig, omdat ze bij andere leerkrachten wel regelmatig beweegtussendoortjes kregen. Het werd dus steeds moeilijker om daarin niet mee te gaan. Daarom besloot ik die knop om te draaien. En al snel merkte ik dat de groep veel rustiger werd, ze zich beter konden concentreren en ze beter konden luisteren. Het bleek gewoon een win-win.”
‘Ze vinden school leuker’
Achter Alperen zijn alle leerlingen hard aan het werk aan hun houten tafeltjes. Soms moet hij vragen of het iets zachter kan. Maar lang zullen ze niet stil hoeven zitten: minimaal iedere 45 minuten mogen de leerlingen even kort bewegen. “In overleg met de vakleerkracht beweegonderwijs – die veel tips voor mij had – ben ik beweegactiviteiten gaan uitproberen, in de klas en op het schoolplein. De sfeer binnen de groep werd er veel beter van. Ik zag dat kinderen school veel leuker vonden en lekker in hun vel zaten.”
Wat is een dynamische school?
Bijna 1 procent van alle basisscholen in Nederland is een Dynamische School: een plek waar extra wordt ingezet op regelmatig bewegen van kinderen. Er is een bewuste afwisseling tussen zittend leren en bewegen. De Waterhof in Delft werkt al 10 jaar volgens dit concept.
Toch zijn lang nog niet alle scholen voorstander van het dynamische school-concept. Sommige vrezen dat er onrust in de klas ontstaat en basisvaardigheden als rekenen en taal eronder zullen lijden. Volgens hoogleraar Erik Scherder is die angst ongegrond: “Tijdens het zitten neemt de doorbloeding in je brein af. Er zijn studies die laten zien dat je na een half uur zitten slaperig en minder alert wordt. Dat is juist een heel goed moment om 3 minuten te bewegen.”
Wat de kinderen tijdens zo’n beweegtussendoortje doen? “Ik kies vaak voor ‘de vloer is lava’. Bij dat spel moeten de kinderen proberen om de klas te verlaten, zonder de grond aan te raken. Daar kunnen ze tafels en stoelen voor gebruiken, of bijvoorbeeld de kussens van de bank. Zolang ze maar niet de grond raken. Dat vraagt er ook om dat ze elkaar moeten helpen. Want ze moeten uiteindelijk allemaal die klas uit.”
Korte chaos leidt tot rust
Ook bij tik-spellen ziet Alperen positieve effecten. “Kinderen die eerst misschien niks met elkaar te maken willen hebben, gaan nu met elkaar in gesprek of kunnen beter met elkaar samenwerken. Door die beweegtussendoortjes komen ze vaker en in een andere vorm met elkaar in aanraking, en trekken meer naar elkaar toe.”
Hoewel het bewegen tussendoor voor korte tijd wat onrust oplevert, geeft het uiteindelijk vooral rust en kunnen de kinderen zich beter concentreren. “Het is belangrijk om vooraf heel duidelijk aan te geven wat de afspraken zijn en wat je van ze verwacht”, legt Alperen uit. “Vaak denken leerkrachten: als kinderen gaan bewegen, wordt het chaos. Maar ik denk juist dat dat goede chaos is, die maar kort duurt. In 5 minuten kun je een beweegtussendoortje doen. Als je ziet wat voor rust er daarna weer in de tent is, dat is prachtig om te zien.”
Steen-papier-schaar
Alperen heeft nog een aantal tips voor leerkrachten of ouders die zelf ook meer willen bewegen met kinderen. “Begin laagdrempelig met tussendoortjes die 2 tot 5 minuten duren. Denk aan het steen-papier-schaar-spel. Daarbij loop je door de klas of de ruimte. Als je iemand tegenkomt, geef je die een high-five en daarna speel je steen-papier-schaar. Als het potje voorbij is, loop je naar de volgende. Dat kun je uitbreiden en vervolgens steeds meer variaties op maken.”
Er bestaat ook een handige keuzewaaier met beweegtussendoortjes. Maar vooral benadrukt hij: “Begin gewoon. En al gaat het de eerste keer helemaal fout of wordt het chaotisch voor je gevoel, geloof me: met de tijd heb je er echt profijt van.”