Arjan is 51 jaar en al een half leven dakloos. In Woerden en omstreken dobbert hij de laatste jaren op zijn opblaaskajak, en kent iedereen zijn verhaal. Maar daar komt nu verandering in: sinds kort heeft hij een dak boven zijn hoofd. En dat is even wennen. Pointer-journalist Benjamin de Bruijn volgde hem het afgelopen jaar in zijn zoektocht naar een huis en een georganiseerd leven.
Het huishoudboekje van een dakloze
Terwijl zijn peddels het water raken, zucht en puft Arjan. Zijn lijf is niet meer zo weerbaar als pakweg 20 jaar geleden. Toen fietste hij vrolijk over heuvels door Europa. Maar toen dat lastiger werd, koos hij de kajak. Die kon hij ergens gratis afhalen, zo’n 3 jaar geleden. Lage bruggen met een lage wal, dat zijn Arjans favoriete plekken. Daar kan hij aanleggen en heeft hij genoeg beschutting om de nacht door te brengen. Arjan heeft een hekel aan stoere gasten op een motorboot die te hard varen. Door de golfslag in het water klotst zijn kajak dan heen en weer.
Van fietsen naar kajakken
Arjan voldoet niet aan het stereotype van een dakloze man: hij komt goed uit zijn woorden en is niet verslaafd. Hoe hij precies dakloos raakte, is niet eenvoudig te herleiden. Het is intussen 26 jaar geleden. Hij kreeg ruzie met zijn vrouw, moest vertrekken van de camping waar hij tijdelijk woonde en toen is hij gaan fietsen. Eerst rond zijn woonplaats in Limburg, daarna richting Berlijn en later trapte hij zelfs naar Parijs, zo luidt zijn verhaal.
Intussen heeft Arjan er een flinke reis opzitten. Hij fietste en peddelde duizenden kilometers. Met zijn kajak is hij soms in Gouda, dan weer in Oudewater, in IJsselstein of in Bodegraven. Maar de laatste jaren komt hij altijd terug in Woerden. Het is ook daar dat Arjan op een bepaald moment denkt dat hetzijn einde nabij is.
Arjan ligt met zijn kajak in het Westdampark, als hij begint te zweten, rillen en af en toe wegvalt. Een voorbijganger slaat alarm, en een medewerker van het inloophuis van het Leger des Heils komt in actie. Hij belt een ambulance, ook al zegt Arjan: “Niet doen, want ik heb geen zorgverzekering.”
De ambulance komt, en in het ziekenhuis blijkt hij een acute alvleesklierontsteking te hebben. Behandel je dat niet, dan kan het dodelijk zijn. Maar met Arjan loopt het goed af. Hij is zo dankbaar, dat hij kort daarna besluit: in Woerden wil ik me vestigen. Hij moet intussen wel, want het lijf houdt het dakloze leven niet meer vol.
Van het kastje naar de muur
Arjan heeft geen idee waar hij moet beginnen. Hij heeft niets meer. Geen bankrekening, geen zorgverzekering, zelfs geen ID-kaart. Hij staat nergens ingeschreven, zelf denkt hij dat hij in het systeem staat als ‘vertrokken met onbekende bestemming’. Het meest bang is hij voor de zorgverzekering. Heb je die niet en probeer je opnieuw een verzekering aan te vragen, dan krijg je een boete, denkt Arjan. Omdat dan bekend wordt dat hij al jaren onverzekerd is.
Het is niet de eerste poging die Arjan doet om weer in de systemen terecht te komen. Een aantal jaar geleden liep een eerdere poging spaak. De regeldruk werd hem te veel, en veel hulp was er niet, zegt hij zelf.
Dat is nu anders. De gemeente Woerden heeft een zogenaamd ‘bemoeizorgteam’, dat Woerden Wijzer heet. Zij gaan zelf actief op zoek naar mensen die hulp nodig hebben, bijvoorbeeld bij (dreigende) dakloosheid. Elke donderdag zitten ze in het inloophuis van Leger des Heils voor mensen die vragen willen stellen.
Zo komt ook Arjan met ze in contact. Hij weet intussen dat er plekken beschikbaar zijn bij Pitstop, een project van Leger des Heils waarbij mensen in een kleine woongroep intensieve begeleiding krijgen om hun leven weer te organiseren. Pitstop is een samenwerking tussen Leger des Heils en de gemeente Woerden.
De kapper
Al snel is duidelijk dat Arjan door zijn situatie op papier in aanmerking komt voor een plek bij Pitstop. Het probleem: er zijn niet veel plekken. En dus moet hij wachten tot iemand ‘doorstroomt’. Want dat is het idee van Pitstop: bewoners wonen er tijdelijk tot ze een eigen woonplek hebben gevonden en zelfstandig verder kunnen.
Arjan krijgt na zijn aanmelding en intake een aantal opdrachten mee. De gemeente Woerden verzekert hem tijdens een gesprek dat hij het identiteitsbewijs kan aanvragen. Dat betekent dat Arjan voor het eerst in jaren ook weer ín de systemen wordt geregistreerd, met een postadres bij de gemeente.
Een dag voor de afspraak bij de gemeente, gaat Arjan naar de kapper. Het is misschien wel 10 jaar geleden dat hij dat deed. Het staat symbool voor de verandering die hem te wachten staat. Althans, dat denkt hij dan nog. Een dag later, als Arjan op het gemeentehuis is voor zijn afspraak, blijkt dat er een fout is gemaakt. Omdat Arjan niet staat ingeschreven, kan hij nog helemaal geen ID-kaart aanvragen. Daarvoor heeft hij eerst een postadres nodig. Zie je nou, foetert hij, hij had al zo’n vermoeden dat er iets niet klopte.
Daklozenuitkering
Een paar weken later keurt de gemeente Woerden de aanvraag voor een postadres goed. Met wat vertraging, kan Arjan daardoor ook een ID-kaart aanvragen. Maar dan blijkt dat Woerden als regiogemeente geen daklozenuitkering verstrekt. Dat kan alleen in een centrumgemeente, en de dichtstbijzijnde is Utrecht.
En dus loopt Arjan een paar weken later het gemeentehuis van Utrecht binnen. Arjan is zenuwachtig, want dit is al zijn tweede poging. De eerste keer ging hij alleen, op de fiets van Woerden naar Utrecht. Maar eenmaal daar, werd het hem te veel. De krioelende mensenmassa op Utrecht Centraal en het enorme gemeentehuis daar vlak naast. Hij begon te zweten, raakte in paniek en keerde om. Pas toen hij weer buiten de stad fietste, werd hij rustiger.
Poging 2
Vandaag is hij niet alleen, een vriend is mee. In een map zit zijn piekfijne administratie. Een vakje voor elk document. Hij haalt er een belastingaanslag uit. Die dateert van zijn vorige poging zijn leven weer te organiseren, dertien jaar geleden. Zodra hij weer een postadres had, kwam die gelijk binnen. Het bedrag is niet hoog (130 euro), maar voor een dakloze is elke euro gewenst.
Even later is de dienstdoende medewerker van het Daklozenloket onder de indruk van Arjans administratie. Om een daklozenuitkering te krijgen, moet Arjan doorgeven waar hij verblijft als hij buiten slaapt. Hij heeft geprinte kaarten mee waarop hij heeft gemarkeerd onder welke bruggen hij overnacht.
Als hij de kaarten heeft overhandigd, vraagt hij schoorvoetend of hij misschien al een voorschot kan krijgen op de uitkering. De medewerker tuurt naar het scherm, typt iets in en knikt. Arjan krijgt een bonnetje mee waarmee hij naar een soort pinapparaat kan. Als hij de code scant, rolt er 85 euro uit. Het is een vermogen voor iemand die gewend is om geen uitkering te krijgen.
Uit een rondgang van Pointer en de Landelijke Cliënten Raad blijkt dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten. In Almere houdt een dakloze 1.001 euro over na aftrek van woonkosten, in Groningen is dat 1.241 euro.
Laatste avond buiten
Intussen weet Arjan al dat er binnenkort een plek vrijkomt bij de Pitstop. Het is een gigantische stap voor hem, en een moeilijke. Op zijn allerlaatste avond als dakloze man, komt het ineens binnen.
Het is veel te warm voor een mei-avond. De Woerdense jeugd hangt in de parkjes rond de Singel. De mazzelaars hebben een bootje met muziek tot hun beschikking. Arjan zit aan de oever. Hij is niet euforisch of vrolijk, eerder terneergeslagen. De controle waar hij nu mee te maken krijgt, de huisregels, het feit dat hij moet aangeven waar hij is als hij een keer niet thuis slaapt, beangstigt hem. Hij had geen cent te makken, soms had hij geen droog brood meer om op te kauwen, maar hij was altijd vrij. En dat is nu voorbij, spookt het door zijn hoofd.
Eerste dag in Pitstop
De volgende ochtend krijgt Arjan de sleutel. Als de medewerker van het Leger des Heils vertrekt, zit hij op een klein kamertje in een huis waar nog drie andere mannen wonen. Het ligt aan de Oude Rijn, zijn kajak ligt voor de deur. Het is misschien wel Arjans redding, hij was misschien nu al gillend weggerend – of weggepeddeld – als hij die niet in de buurt had gehad.
Als Arjan voor het eerst wakker wordt in zijn nieuwe huis, voelt hij meteen dat er iets niet goed is. De steken in zijn buik zijn zo heftig dat hij op een gegeven moment alleen nog in foetushouding kan liggen. Arjan herkent de pijn, het is weer zijn alvleesklier. Opnieuw komt een ambulance hem ophalen, en wordt hij in het ziekenhuis behandeld met een infuus en vitamines. Maar dit keer kan hij na zijn ontslag terug naar zijn eigen kamer om aan te sterken.
Rust voor de storm
Er moet nog een hoop gebeuren voordat Arjans leven weer écht op orde is. De lijst die nog ergens in zijn hoofd zit is lang: het regelen van een zorgverzekering en zorgtoeslag, aanvragen van DigiD, inschrijven bij WoningNet en ga zo maar door. De voorwaarde van de plek in de Pitstop is dat Arjan daar zo snel mogelijk mee aan de slag gaat.
Maar voor nu krijgt hij even rust. De reguliere bijstandsuitkering is intussen aangevraagd. Het doel is uiteindelijk dat hij een eigen woning vindt. Arjan heeft voor het eerst in 26 jaar weer een echt eigen adres, maar er is ook nog een lange weg te gaan.