De Rijksuniversiteit Groningen moet zich voor de rechter verantwoorden over hun onderzoeksrapport naar de roofhandel van Joods vastgoed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Groningen. Hubert van Blankenstein, een van de nabestaanden van het Joodse echtpaar Serphos-Menko, vindt dat de universiteit feitelijk onjuiste informatie heeft gepubliceerd over de woning van zijn grootouders en eist een rectificatie.
Het rapport Lege Plekken werd in 2022 door de RUG gepubliceerd in opdracht van de gemeente Groningen. Van Blankenstein heeft de zaak aangespannen vanwege de woning aan de Kamplaan 8 in Groningen. Dat pand werd na de oorlog verhuurd aan de toenmalige burgemeester Jan Tuin. In 1952 kocht Tuin die woning, omdat de grootouders van Van Blankenstein zich gedwongen voelden om het pand te verkopen. Volgens de gemeente was die handelswijze 'moreel onjuist'. Van Blankenstein ontving in oktober 2022 excuses en een schadeclaim van ruim drie ton van de gemeente Groningen.
Volgens Van Blankenstein concludeert het onderzoeksrapport dat zijn grootouders de woning vrijwillig hebben verhuurd. "Voor het bestaan van een dergelijke huurovereenkomst bestaat echter geen enkel bewijs", stelt Van Blankenstein. Hij heeft de RUG hierover geïnformeerd, maar de universiteit blijft achter de conclusies over Kamplaan 8 in het rapport staan. "De publicaties doen daarmee niet alleen afbreuk aan de historische werkelijkheid, maar schaden ook de reputatie van eiser en diens familie", is te lezen in de dagvaarding. Van Blankestein eist een rectificatie van het rapport.
De Rijksuniversiteit Groningen wil inhoudelijk niet reageren zolang de rechtszaak speelt. Een woordvoerder wil wel kwijt dat, voor zover hij weet, dit de eerste keer is dat iemand een rechtszaak aanspant tegen de universiteit vanwege het rectificeren van een onderzoek.