Frans Douw maakt zich grote zorgen over de zorg die gevangenen binnen de gevangenismuren krijgen. Hij werkte 41 jaar in het gevangeniswezen, waarvan 27 jaar als directeur van verschillende gevangenissen. Daar zag hij dat financiële en logistieke overwegingen eenvoudig kunnen leiden tot slechte zorg: “Je zou het zelfs verwaarlozing kunnen noemen.”
“Een van de redenen dat ik 10 jaar geleden met pensioen ben gegaan, is dat het gevangeniswezen steeds geslotener en repressiever werd en medewerkers zich niet vrij mochten uitspreken”, vertelt Douw “Wat overigens ook gold voor gedetineerde mensen.”
Nu is hij bestuurslid van stichting Bonjo en mede-oprichter van het Platform Relaties van Gedetineerden. Met deze organisaties komt hij op voor gedetineerde mensen en hun naasten: “Ik wil een podium bieden aan mensen die onvoldoende gehoord en gezien worden en over wie veel vooroordelen bestaan. Alsof het een ander soort mensen zijn, terwijl het mensen zijn zoals jij en ik.”
Zorgplicht bij gevangenis
Hij ergert zich onder andere aan de manier waarop de gevangeniszorg is ingericht: “Bij binnenkomst in de gevangenis wordt de reguliere zorgverzekering van een gedetineerde stopgezet en neemt de staat de medische zorg over. Vanaf dat moment is de gevangenis verantwoordelijk voor het leveren van de juiste zorg.”
Met name geld en organisatorische overwegingen bepalen of iemand de juiste zorg krijgt.
Volgens de wet heeft een gedetineerde in het gevang recht op gelijkwaardige zorg als daarbuiten, maar in de praktijk gaat dat volgens Douw vaak mis: “Met name geld en organisatorische overwegingen bepalen of iemand de juiste zorg krijgt. Goede medische zorg kost aandacht en dus inzet van personeel. En als je naar de dokter wil, dan moet er wel een dokter zijn.”
Perverse prikkel
Volgens Douw zit er een perverse financiële prikkel in het systeem. “Omdat gevangenissen verantwoordelijk zijn voor de zorgkosten, is het goedkoper om bepaalde medische handelingen niet te verrichten. Ook levert het ze vaak organisatorische en personele problemen op.”
Officieel moeten gevangenissen niet-uitstelbare zorg altijd verlenen: “Maar dat is natuurlijk een grijs gebied. Als iemand al afspraken heeft staan voordat diegene de gevangenis ingaat, moeten er telkens meerdere personeelsleden beschikbaar worden gesteld om mee te gaan naar een ziekenhuis. En er is al een ongelooflijk personeelstekort.”
Vooral bij acute ziekenhuisbezoeken ontstaat volgens hem druk. “Je moet keuzes maken in het dagprogramma, in het luchten van groepen. Als je iemand naar het ziekenhuis brengt, kun je andere dingen niet doen. Dat zorgt voor extra druk op het personeel dat er nog wel is. Je kunt je voorstellen dat organisaties dat zoveel mogelijk willen voorkomen.”
De drempel naar de dokter
Ook is niet in elke inrichting voortdurend een arts aanwezig, zo vertelt hij: “Alles is erop ingericht dat er niet te veel mensen bij de dokter op spreekuur komen, want er zijn heel weinig artsen op heel veel gedetineerden. En zeker in de avonden of weekenden schuurt dat. Dan moet er bij een noodgeval speciaal een arts naar de gevangenis komen. Die moet door de beveiliging, door de poorten, begeleid worden, etcetera.” En dat kost tijd: “Voordat een arts uiteindelijk met een gedetineerde spreekt, is hij misschien wel 1 of 2 uur kwijt. Dat is voor een arts veel tijd voor één persoon. Dus probeert men dat te voorkomen.”
Als iemand midden in de nacht zegt: ‘Ik heb last van mijn hart, of mijn medicatie werkt niet goed’, god mag weten wat er dan gebeurt.
Volgens Douw werkt dat door op de werkvloer: “Bij de PIW’ers (gevangenisbewaarders red.) ligt er druk om op momenten van lage bezetting te denken: we geven wel even een extra aspirientje en hopen dat het overgaat. Let wel, de meeste bewaarders gaan serieus met medische klachten om. Maar zij voelen ook de druk om niet voor niets een arts te laten komen.”
PIW’ers in een lastige positie
PIW’ers voeren daarnaast ook zorgtaken uit, zoals het uitdelen van medicatie, terwijl zij geen medische achtergrond hebben. Op de vraag of dat verstandig is, zegt Douw: “Dat is al sinds jaar en dag zo. Er zijn nu eenmaal niet 24 uur per dag verpleegkundigen aanwezig. Maar ik ken de verhalen dat het geregeld misgaat en dat PIW’ers zich daar ongemakkelijk bij voelen.”
Hij vervolgt: “De PIW’er is opgeleid voor logistieke taken. In principe kan medicatie uitdelen daarbij horen, maar dan moet het wel verdomd goed geregeld zijn. En dat is niet altijd het geval. Als een gedetineerde zegt dat hij of zij de verkeerde medicatie heeft ontvangen, dan kunnen PIW'ers dat niet corrigeren, zij hebben geen idee wat al de medicijnen betekenen en moeten er juist op toezien dat alle medicatie wordt ingenomen.”
Ook bij acute klachten zijn zij het eerste aanspreekpunt, bijvoorbeeld ’s nachts. “Ze worden geconfronteerd met vragen en problemen waar ze eigenlijk geen antwoord op kunnen geven. Je hebt het over mensen in een totaal afhankelijke positie. Als iemand midden in de nacht zegt: ‘Ik heb last van mijn hart, of mijn medicatie werkt niet goed’, god mag weten wat er dan gebeurt. De deur openen is een grote ingreep, en een arts komt niet zomaar. Dan zit je als PIW’er in een heel lastig parket.”
'Je zou het verwaarlozing kunnen noemen’
Al met al denkt Douw dat het gevangenissysteem tekort schiet in zijn zorgplicht. “Je zou het zelfs verwaarlozing kunnen noemen. De afstand tussen gedetineerden en zorgverleners, alle schijven waarover medische beslissingen moeten gaan, en de prikkels waardoor minder zorg verlenen soms beter uitkomt: dat werkt allemaal niet in het voordeel van de gedetineerde. Maar toegang tot medische zorg zou nooit beperkt mogen worden door financiële of praktische overwegingen.”
Kijk hieronder de uitzending van Pointer 'Cel uit, rolstoel in', of via NPO Start: