20 maart 2019

‘Gemeenten moeten de komst van arbeidsmigranten goed uitleggen en hun rug recht houden’

Bekijk meer artikelen over: Werk en geld Bekijk meer artikelen over: Arbeidsmigranten

‘Er zijn heel veel gelukszoekers en investeerders die geen enkel idee hebben hoe ze het proces moeten managen.’ Dat zegt directeur Frank van Gool van uitzendbureau OTTO Work Force. Hij denkt dat het regelen van huisvesting voor arbeidsmigranten vaak mislukt, omdat de betrokken partijen niet goed weten hoe ze het moeten aanpakken. We spreken hem voor ons onderzoek Arbeidsmigranten.

In veel gemeenten is weerstand tegen het bouwen van tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten. Nederland kent tussen de 350.000 en 500.000 arbeidsmigranten, voornamelijk uit Polen, Bulgarije en Roemenië. Woonruimte voor deze groep is al jaren een heikel thema. Er zouden ruim 120.000 plekken te weinig zijn. Maar zodra een gemeente een plan lanceert om hier iets aan te doen, komt een deel van de bevolking in opstand.

Verzet tegen arbeidsmigranten

Zo ook in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk in Zuid-Holland. Daar werden vorig jaar twee locaties door de gemeente aangewezen om respectievelijk 600 en 300 arbeidsmigranten te huisvesten. Toen inwoners van de gemeente dat te horen kregen, ontstond direct veel commotie. Inmiddels zijn de plannen van de baan en moet de gemeente opnieuw een oplossing zoeken.

In de gemeente Bergeijk in Brabant besloot een ondernemer niet langer arbeidsmigranten te willen plaatsen op een camping, nadat de gemeente had besloten maximaal 80 arbeidsmigranten op een plek toe te staan. Volgens de ondernemer was het niet meer zinvol om de camping te renoveren als er maar 80 arbeidsmigranten mogen verblijven.

En ook in het Noord-Brabantse Dinteloord gaat een project om 250 arbeidsmigranten te huisvesten niet door, nadat er veel onrust ontstond onder de inwoners van het gebied waar een nieuw verblijf voor arbeidsmigranten moest komen. 

Liever geen 300 arbeidsmigranten om de hoek

Eén van de overeenkomsten in het verzet is de weerstand tegen grote accommodaties. Het idee dat er ineens een hele grote groep nieuwe mensen pal naast een woonwijk komt te wonen, schrikt veel mensen af. Toch denkt Van Gool van OTTO Work Force dat dit voor een deel van het probleem wel de beste oplossing is.

‘Grote locaties zijn beter te organiseren. Je kunt dan een huismeester of beheerder inhuren die mensen aanspreekt op onwenselijk gedrag of het overtreden van de huisregels. Zo’n persoon is 24/7 aanwezig op locatie. De mensen komen voor het eerst in Nederland en moeten ook begeleid worden. Om dat te regelen heb je wel een grotere locatie nodig. Met 80 mensen in een accommodatie lukt dat niet,’ aldus Van Gool.

OTTO Work Force

OTTO Work Force is al bijna twintig jaar bezig met het werven voor en uitzenden van arbeidsmigranten naar (grote) bedrijven in Nederland. Inmiddels heeft het ook mensen in Duitsland en Polen aan het werk. Het bedrijf had vorig jaar een omzet van bijna 300 miljoen euro. Er werken in Nederland ongeveer 11.000 mensen via het bedrijf. Onlangs opende OTTO in de gemeente Waalwijk een groot wooncomplex voor arbeidsmigranten die werken bij een groot distributiecentrum.

‘Gemeenten moet het goed uitleggen aan de burgers’

De grote locaties zijn aantrekkelijk voor verhuurders, omdat grootschaligheid ook zekerheid geeft over de hoeveel geld die er binnenkomt. En ook de lokale ondernemingen kunnen profijt hebben van alle inkopen die arbeidsmigranten doen. Het is dus niet alleen maar beter voor de arbeidsmigranten.

Maar volgens Van Gool profiteert uiteindelijk iedereen, ook de omgeving: ‘Het tekort aan huisvesting zorgt er nu voor dat mensen die maar kort in Nederland (red: lees 0 tot 2 jaar) vaak in huizen in woonwijken terechtkomen. Dat geeft een gevoel van overlast voor sommige inwoners. De arbeidsmigranten verblijven er vaak maar kort, waardoor je steeds wisselende buren hebt. Ze spreken nog geen Nederlands, er ontstaan meer problemen met parkeren en het verkeer en die huizen die voor dit doel gekocht worden, zijn dan niet meer beschikbaar voor bijvoorbeeld starters op de woningmarkt.’

 

En dus pleit Van Gool voor huisvesting op grotere schaal in de vorm van logies voor een paar honderd mensen. Het kan gaan om het ombouwen van bestaande gebouwen, maar voor de beste kwaliteit zet hij het liefst nieuwe woongelegenheid neer: ‘Maar dan moet je het proces samen met de gemeente wel goed organiseren. Je moet inwoners van de gemeente heel goed meenemen in de beslissingen. Je moet duidelijk uitleggen waarom het nodig is, en waarom dit de beste optie is. Het valt of staat met gemeenten die het goed uitleggen aan de burgers en hun rug recht houden.’

Een andere optie die tegenstanders noemen, is geen gebruik meer maken van arbeidsmigranten. Dan hoeft er ook geen huisvesting geregeld te worden. Maar volgens Van Gool kan de Nederlandse economie al lang niet meer zonder: ‘Iedereen wil zijn pakketje van bol.com de volgende dag, of dezelfde dag al, in huis hebben. Dat betekent dat mensen in de avond, in de nacht en in het weekend moeten werken. Iemand moet dat werk doen. Werkgevers zitten te springen om meer mensen.’

Auteurs

H.F.

Huub Floor

Verslaggever