Nederland heeft leegstand van winkels en tegelijk een nijpend woningtekort. Maar het ombouwen van winkels naar woningen loopt juist terug. Hoe kan dat?
Weinig plekken tonen leegstand zo treffend als het gebouw op de hoek van de Tudderenderweg en de Hemelsley in Sittard. 15 jaar geleden zat er een bloemenwinkel, maar die winkellier vertrok. Er kwam een kapper, die bleef ook niet lang zitten.
Er kwam een winkeltje met etenswaren uit de Balkan, dat verdween snel. Toen een winkel met Turkse etenswaren, ‘Nieuw in Sittard’ staat nog op de ruit. Maar ook die winkel vertrok weer. Sinds de zomer van 2024 staat de winkel opnieuw leeg.
Nu, in december 2025, is er nog geen verbetering te zien. ‘Te koop’, staat er op de gevel. Achter een van de ramen hangen nog altijd posters van mannenhoofden met strakke kapsels.
Leegstand in Nederland
Sittard is lang niet de enige plaats waar dit gebeurt. De Limburgse stad scoort hoog met 22 procent leegstand, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Maar loop door bijvoorbeeld Roosendaal, Veenendaal, Eemnes, Oosterhout of Tiel en je treft een vergelijkbaar beeld. In al deze plaatsen staat minstens 14 procent leeg, dat is één op de zeven winkels. En zelfs dat is niet opvallend veel, want bijna alle kleine en middelgrote steden in Nederland hebben aanzienlijke leegstand. Gemiddeld gaat het om 11 procent.
Die leegstand blijkt hardnekkig. In januari komen de nieuwste cijfers maar Gertjan Slob, hoofd onderzoek bij onderzoeksbureau Locatus, vermoedt al welke kant het op gaat. “We hebben de indruk dat de leegstand zelfs eerder toeneemt dan daalt”, zegt hij. Opvallend, want ondertussen zitten veel mensen te springen om een huis.
Huurwet
Ombouwen naar huizen gaat alleen lastig. Financieel zou het wel lonen; sinds we veel online winkelen daalt de huurprijs van winkels. Tegelijkertijd zijn huizenprijzen ongeveer verdubbeld. Vroeg of laat loont het dus voor een eigenaar van een pand om de winkel om te bouwen tot woonhuis. Zeker buiten de grote winkelstraten.
Sommige grote steden nemen al afscheid van de parkeernorm.
Maar nieuwe regels hinderen nu het ombouwen, vertelt Slob. Zo bepaalt de nieuwe huurwet van voormalig woonminister Hugo de Jonge dat voor kleine en middelgrote woningen de huur nu niet hoger mag zijn dan 1185 euro per maand. Het ombouwen kost soms alleen zo veel, dat het voor de eigenaar niet meer loont om eraan te beginnen. Dan blijft het pand maar zoals het is.
“Die regel was bedoeld om pandjesbazen te weren, Den Haag trok daarmee een grote broek aan”, zegt hij. “Maar het gevolg is dat er minder huurhuizen bijkomen. Het lijkt dat ze daar niet zo over hebben nagedacht.”
Ook eisen veel gemeenten dat er bij elke woning een parkeerplek moet zijn, en zeker in de binnenstad lukt dat niet altijd. “Sommige grote steden nemen al afscheid van die norm”, vertelt Slob. “Maar op veel plekken bestaat het nog wel. Dat houdt ook projecten tegen.”
Bovendien mag ombouwen niet zomaar. Zo staat de leegstaande winkel in Sittard inmiddels op Funda en schrijft de makelaar erbij dat de mogelijkheid bestaat “om het geheel tot woonfunctie te transformeren". Maar dat kan wel pas na papierwerk. “Onder voorbehoud van de gemeente.”
Nieuwe huizen
Zo blijft de ombouw naar woningen stroef gaan. Inmiddels staan ruim tienduizend winkels leeg in Nederland, en boven die winkels staan vaak ook nog woningen leeg.
Samen zou dat zeker 50.000 zo vurig gewenste woningen kunnen opleveren, als het ombouwen maar lukt. Pointer duikt daarom in de belemmeringen. Wat hindert deze ombouw?