24 september 2019

Wat de afvalverwerker doet met jouw oude tandenborstel en zeeppompje

Bekijk meer artikelen over: Klimaat en duurzaamheid Bekijk meer artikelen over: De plasticplaag

Nederland is kampioen plastic recyclen, zo horen we in ons onderzoek naar de Plasticplaag. Toch is er op onze kunststofrecycling nog veel aan te merken. Zo is er veel plastic dat prima gerecycled kán worden, maar toch linea recta de verbrandingsoven in gaat. Hoe zit dat?

Ons systeem voor verpakkingen in het huishoudelijk afval lijkt redelijk dichtgetimmerd: een producent brengt een flesje op de markt. Jij koopt het, drinkt het leeg en gooit het bij het PMD. De gemeente haalt het op. En de producent betaalt via het Afvalfonds Verpakkingen netjes aan de gemeente voor het ophalen en vervolgens recyclen van dat flesje. Geen vuiltje aan de lucht, of op de grond. 

Als we de cijfers van het Afvalfonds mogen geloven, dan doen we het in Nederland ook behoorlijk goed als het op plasticrecycling aankomt. Van de 512 kiloton plastic verpakkingen die in 2017 op de markt kwamen, werden er maar liefst 258 gerecycled, lezen we in hun jaarlijkse monitor. Dat is ruim 50 procent en daarmee boven de Nederlandse doelstelling van 47 procent en zeer ruim boven de Europese doelstelling van 22,5 procent. Maar er zijn zo vier vraagtekens te plaatsen bij deze mooie resultaten. Waar hebben we het over?

Oude tandenborstel en kapotte broodtrommel

Ten eerste zou je met deze cijfers verwachten dat de helft van al het plastic dat wij in onze kliko gooien dus wordt gerecycled. Maar dat is een illusie. Het Afvalfonds betaalt alleen voor het inzamelen en recyclen van verpákkingen. Dus die oude tandenborstel of kapotte broodtrommel die je weggooit, belandt hoogstwaarschijnlijk in de verbrandingsinstallatie. De Algemene Rekenkamer schat zelfs dat we zo’n 60 procent van onze totale plastic jaarproductie verbranden, en maar zo’n 15 procent recyclen als grondstof. De rest is in gebruik (in auto’s, kratjes etc) of eindigt als zwerfafval. 

What’s in the mix?

Ten tweede doet het moment waarop we meten hoeveel verpakkingen gerecycled worden ons de wenkbrauwen fronsen. Daarvoor moeten we eerst begrijpen welke weg ons plastic flesje aflegt voordat het weer als grondstof gebruikt kan worden. De inhoud van onze PMD-bak gaat eerst naar een sorteerder zoals Suez, waarover we eerder al schreven. Die scheidt het plastic in verschillende stromen, zoals PET, PE en een reststroom. Dan volgt het meetmoment: vastgesteld wordt hoeveel materiaal er wordt aangeboden voor recycling. De recyclers maken er recyclaat van; flakes of korrels van bijvoorbeeld zuiver PET die weer gebruikt kunnen worden om nieuwe producten te maken. Maar zoals verpakkingsexpert Ulphard Thoden van Velzen ons eerder al uitlegde, valt er ook bij de recycler nog een residustroom af. Een recycler vertelt ons dat dat wel eenderde van de stroom kan zijn. Zou je dat niet van de gerecyclede stroom af moeten halen, kun je je afvragen. 

Het Afvalfonds meet trouwens volgens de regels; de meetmethode is Europees bepaald. Binnenkort wordt het meetmoment wel herzien, horen we van verschillende kanten. Het zou later in het proces komen te liggen: niet na de sorteerder, maar vóór het maken van het recyclaat. Daarmee zouden de nationale recyclingspercentages maar zo met een kwart kunnen dalen.

Van zeeppompje naar bermpaaltje

Ten derde is een groot deel van onze plastic verpakkingen zo ontworpen dat het überhaupt niet makkelijk in een goede kwaliteitsstroom voor een recycler te passen is. Recyclers willen een zogeheten monostroom aan PET, PE of PP. Als een product samengesteld is uit meerdere plastics of van een lage kwaliteit plastic, zoals een zeeppompje of een vleesbakje, dan heeft het grote kans dat het bij de sorteerder al in de mixstroom (zo’n eenderde van het totale plastic dat uit het sorteercentrum komt) terechtkomt. Van deze stroom kunnen geen nieuwe verpakkingen worden gemaakt, maar alleen producten als bermpaaltjes en picknickbankjes. Het zogeheten downcyclen. Critici vinden dit geen echt recyclen en zeggen dat het niet past in het idee van de circulaire economie.

Nog 100 kiloton plastic in restafval bedrijven

Het vierde en laatste vraagteken zetten we bij het plastic dat in de kantoor-, winkel- of stationsprullenbak terechtkomt. Het Afvalfonds betaalt dan wel aan gemeenten om huishoudelijk afval gescheiden op te halen; voor bedrijfsafval geldt dat niet. Gooi je je lege waterflesje op kantoor of op het station weg, dan speelt de gemeente dus geen rol en moet de eigenaar van de prullenbak (extra) betalen voor het apart ophalen en scheiden van het plastic van de rest. De vraag is of ze dat doen. 

In de jaarlijkse monitor van het Afvalfonds lezen we dat er in 2017 114 kiloton plastic van bedrijven gescheiden is ingezameld voor recycling. Sanne Nusselder van onderzoeksbureau CE Delft verdiepte zich afgelopen jaar in opdracht van Greenpeace in de verwerking van ons plastic en schreef er een rapport over. Zij schat dat er naast die 114 kiloton apart ingezameld bedrijfsplastic nog zo’n 100 kiloton plastic in het restafval van bedrijven zit: 90 kiloton aan verpakkingen en 10 kiloton kleine plastic gebruiksvoorwerpen. 

In dit artikel gebruiken we informatie uit gesprekken met verschillende partijen, zoals onderzoeker Ulphard Thoden van Velzen van de WUR en Rob Buurman van het Recycling Netwerk. Ook gebruiken we informatie uit achtergrondgesprekken met mensen uit de branche die niet in de publiciteit willen komen. Staat er iets in wat volgens jou niet klopt of weet je hier meer over? Laat het ons weten! 

Auteurs

K.G.

Karen Geurtsen

Redacteur