17 november 2021

Zelf speuren in de Vastgoedboeken: ‘Het waren vaak vergeten verhalen, vergeten mensen’

  1. Onderzoek naar de Vastgoedboeken begint niet altijd bij een historicus. Vaak zijn het vrijwilligers die dag in, dag uit in de archieven duiken om uit te zoeken wat er met de Joodse families in hun gemeente is gebeurd.
  2. Eén van hen is Mariët Blokhuis. Zij dook in de geschiedenis van Oldenzaal om de oorlogsslachtoffers weer een gezicht te geven.
  3. Blokhuis speurt in het archief van het Kadaster naar aktes van foute verkopen: vastgoed van Joodse gezinnen dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werd geroofd en vervolgens voor spotprijzen verkocht aan buurtgenoten of - zoals in het geval van Oldenzaal - aan de gemeente zelf.
  4. De gemeente Oldenzaal, zo staat in de Vastgoedboeken (de administratie die de nazi’s bijhielden van de handel in Joods geroofd vastgoed), kocht zelf drie woningen van de Duitse bezetter.
  5. "Oldenzaal had een foute NSB-burgemeester", beaamt Blokhuis. De stad kocht de huizen van de bezetter en gooide ze plat onder het mom van stadsvernieuwing. De winst van de verkoop werd, zoals bij alle transacties in de Vastgoedboeken, door de nazi’s gebruikt voor de financiering van de deportaties en vernietigingskampen.
  6. In de aktes en leggers leest Blokhuis dat in Oldenzaal vrijwel overal rechtsherstel heeft plaatsgevonden. Maar van één woning die door de NSB-burgemeester destijds is aangekocht ontbreekt het laatste puzzelstukje.
  7. Het is een hele zoektocht, vertelt Blokhuis, als je van de ene legger naar de andere struint in het Kadaster. "Maar het is ook heel leerzaam. Het is een beetje monnikenwerk, maar dat is dan tegelijk ook wel de uitdaging."

     

Onderzoek naar de Vastgoedboeken, waarin de roofhandel in Joods vastgoed tijdens de Tweede Wereldoorlog is vastgelegd, begint niet altijd bij een historicus. Vaak zijn het vrijwilligers die dag in, dag uit de archieven induiken om uit te zoeken wat er met de Joodse families in hun gemeente is gebeurd. Eén van hen is Mariët Blokhuis. Zij dook in de geschiedenis van Oldenzaal om de oorlogsslachtoffers weer een gezicht te geven. "Het is ontzettend belangrijk, en buiten dat ook heel interessant."

Blokhuis speurt in het archief van het Kadaster naar aktes van foute verkopen: vastgoed van Joodse gezinnen dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werd geroofd nadat de eigenaren op de vlucht waren geslagen of afgevoerd naar de vernietigingskampen. De woningen of percelen werden vervolgens door de nazi’s vaak voor spotprijzen verkocht aan buurtgenoten of - zoals in het geval van Oldenzaal - aan de gemeente zelf. Blokhuis wil weten wat er na de oorlog met het vastgoed is gebeurd. Zijn de foute aankopen ongedaan gemaakt? Zijn de nabestaanden van de Joodse gezinnen financieel gecompenseerd? In Oldenzaal, zo ontdekt ze, blijkt in vrijwel alle gevallen sprake van rechtsherstel. Maar van één woning die door de NSB-burgemeester destijds is aangekocht ontbreekt het laatste puzzelstukje.

onderzoek
Mariët Blokhuis duikt in het kadastrale archief om onderzoek te doen naar rechtsherstel in Oldenzaal.

Zelf doet ze er wat laconiek over als we haar vragen waarom ze vrijwillig zoveel tijd steekt in het uitpluizen van de verhalen van de oorlogsslachtoffers in Oldenzaal. "Gewoon uit interesse", zegt ze dan schouderophalend. Dat het bijzonder is dat ze zoveel moeite steekt in het vastleggen van de geschiedenis en daarmee veel vergeten mensen soms letterlijk weer een gezicht geeft en families meer duidelijkheid brengt over hun verleden, daar lijkt ze zichzelf niet van bewust. "Misschien houd ik wel gewoon van puzzelen. En hoe moeilijker, hoe ingewikkelder, hoe interessanter eigenlijk."

Foute handel

We spreken haar in het gemeentehuis van Oldenzaal. De plek waar veel van haar onderzoek plaatsvindt. De gemeente Oldenzaal, zo staat in de Vastgoedboeken (de administratie die de nazi’s bijhielden van de handel in Joods geroofd vastgoed), kocht zelf drie woningen van de Duitse bezetter. Waaronder een prachtige villa met park, vanwege de gunstige ligging in het centrum van de stad. Het was het eigendom van de Joodse familie Kan, blijkt uit het onderzoek van Blokhuis. Kort nadat Herman Kan, zijn vrouw Johanna en hun dochter Lotte op transport waren gezet naar de vernietigingskampen, kocht de gemeente de villa en bijbehorende grond voor 18.500 gulden van de Duitsers. De reden: de gemeente wilde haar gemeentesecretarie uitbreiden en er het politiebureau tijdelijk in huisvesten, zo schreef de toenmalige burgemeester in zijn besluit.

Oldenzaal
Links de basiliek van Oldenzaal. Daarnaast stond de villa van de Joodse familie Kan.

"Oldenzaal had een foute NSB-burgemeester", beaamt Blokhuis. "En deze was wel een beetje extra fout." De gemeente stond van oudsher niet als 'Joods-vriendelijk' bekend, vertelt ze. "Ook zal er waarschijnlijk ten opzichte van de rijkere Joden wel sprake zijn geweest van enige jaloezie." Maar met een NSB-burgemeester aan het roer werd de situatie nog grimmiger. De stad kocht de huizen van de bezetter en gooide ze plat onder het mom van stadsvernieuwing. De winst van de verkoop werd, zoals bij alle transacties in de Vastgoedboeken, door de nazi’s gebruikt voor de financiering van de deportaties en kampen. Oldenzaal betaalde zo direct mee aan de Jodenvervolging.

'Als de naam er is, bestaan ze weer'

Al sinds 2014 doet Blokhuis onderzoek naar oorlogsslachtoffers in de regio. "Daar ben ik toevallig zo ingerold", vertelt ze. "Ik leverde wat informatie aan iemand die daarmee bezig was en die haalde mij bij de werkgroep. Er werd een monument gemaakt met daarop de namen van alle slachtoffers van de gemeente Dinkelland. En toen heb ik verder geholpen met het onderzoek."

Leden van de Historische Vereniging De Dree Marken hielpen haar op weg bij het speurwerk. Ze legden haar uit hoe ze bij het Kadaster gegevens kan opvragen om de eigendomsinformatie van een perceel in te zien. "Dat is best wel even ingewikkeld. Wat staat er nou in zo’n legger met eigendomsregistratie? Hoe kom je daar precies bij? Huisnummers veranderen, perceelnummers veranderen. Dus ja, voordat je het begin hebt, duurt het wel even. En als je dan eenmaal de juiste legger hebt gevonden, kun je van daaruit verder zoeken en zien wie de vorige eigenaar was en naar wie het perceel is gegaan", vertelt Blokhuis. "Ik verzamel alle informatie en maak er een overzicht van. Anders kom je er niet meer uit."

Na het onderzoek werd een monument onthuld en volgden een boek en een website met biografieën van iedereen die tijdens de Tweede Wereldoorlog was omgekomen en een band met de gemeente Dinkelland had. "We hebben dat monument onthuld met alle namen en er was ontzettend veel belangstelling van families. Dan merk je dat het heel belangrijk is dat die namen worden genoemd. Ik bedoel: als de naam er is, dan bestaan ze weer. Het waren vaak vergeten verhalen, vergeten mensen."

Toen het monument werd onthuld en de website online ging, bleek er ook belangstelling in de naburige gemeente Oldenzaal. Blokhuis: "Ik had het er met ex-wethouder en gemeenteraadslid Henk Winkelhuis over in de Facebookgroep Oud Oldenzaal en die zei: 'Dat zou ook leuk zijn voor Oldenzaal.' We zijn toen naar de burgemeester gegaan en heb hem gevraagd of hij dat een goed idee zou vinden. En of hij dan de kosten voor de website en de aktes wilde dragen. Nou dat was in orde. En toen ben ik daarmee begonnen."

'Duits-vriendelijke mensen'

Twee jaar geleden begon ze het onderzoek naar de slachtoffers van Oldenzaal. En dat onderzoek kreeg opeens een wending na een tv-uitzending van Pointer in mei vorig jaar. "Na de tv-uitzending over de Vastgoedboeken en de krantenartikelen die ik daarna las kreeg ik het idee dat er gebrek was aan rechtsherstel. Daar wilde ik wel meer van weten. Hoe zat dat precies met het rechtsherstel in Oldenzaal?"

In de Vastgoedboeken zijn 22 transacties te vinden in Oldenzaal. Maar de Vastgoedboeken zijn niet compleet: er mist één boek. In het Kadaster vond Blokhuis na veel speurwerk er nog 12. Woningen die nadat de Joodse bewoners op transport waren gezet snel van de nazi’s werden gekocht door onder andere leden van de families Determann, Heidemann en Van Benthem. "Dat waren Duits-vriendelijke mensen, zeg maar. Want anders krijg je zo’n woning niet van de Duitsers. Het is een grensstreek, dus sommige hadden een Duitse vrouw of werkten over de grens. Maar zijn het NSB’ers? Tja, je had brood-NSB’ers (mensen die nauwelijks wisten wat de NSB was, red.) en echte NSB’ers. Daar zit wel verschil in. Maar als je niet Duits-vriendelijk bent, word je zo’n woning niet gegund."

archief
Nazi-documenten waarin het geroofde Joodse vastgoed in Oldenzaal staat beschreven.

Rechtsherstel

Wat gebeurde er na de oorlog met de geroofde woningen? Sommige gemeenten gingen op zoek naar erfgenamen van de werkelijke eigenaren. Maar dat viel vlak na de oorlog nog niet mee. "Daar gaat best wat tijd overheen. Je moet eerst weten wie er is overleden en wanneer. En wie het heeft overleefd. Waren er overlevenden in het gezin of kinderen daarvan, dan ging de erfenis volgens het geldende erfrecht daarnaartoe. Maar in het geval allen waren overleden, ging de zoektocht verder naar de juiste erfgenamen. Ook de datum van overlijden was van belang. Was de man eerder omgekomen dan zijn vrouw en hadden ze geen kinderen, dan ging alles naar haar familie. Het was zo snel na de oorlog ontzettend moeilijk om daar achter te komen. Dat duurde meestal wel enkele jaren", zegt Blokhuis.

In de aktes en leggers leest Blokhuis dat in Oldenzaal overal rechtsherstel heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat de foute aankoop nietig is verklaard en het perceel weer in eigendom kwam van de oorspronkelijke eigenaren of, zoals vaker het geval, erfgenamen. De foute kopers moesten aan de erfgenamen huur betalen voor de periode dat ze in de woning hadden gewoond. "Was er iets kapot aan het huis, dan moesten ze dat vergoeden. Maar uiteindelijk ging dan wel weer de belasting die de foute koper ondertussen had betaald van de vergoeding af", vertelt Blokhuis.

Het was een rekensom. Een minnelijke schikking tussen de foute kopers en de erfgenamen van de oorspronkelijke Joodse eigenaren. "Het is administratief correct afgehandeld", concludeert Blokhuis. "Dat is de juiste bewoording eigenlijk. Het haalt natuurlijk nergens het leed weg: alles dat hen is aangedaan, iedereen die is omgekomen, woningen die geplunderd zijn, inboedel die is verdwenen."

Familie Minco

Eén woning heeft Blokhuis nog wel wat hoofdbrekens gekost. Bisschopstraat 25, het huis van het gezin Minco. Salomon (38), Cato (33) en hun dochters Truda (3), Lea Paulina (2) en Jehudith (2 maanden) werden in oktober 1942 op transport gezet naar kamp Westerbork. Een week later werden ze naar concentratiekamp Auschwitz vervoerd, waar Cato en de kinderen enkele dagen na aankomst werden vermoord. Salomon overleed ergens in Midden-Europa, blijkt uit het speurwerk van Blokhuis.

Het huis was toen al leeggeroofd door de bezetter. Kinderstoelen, theeservies, naaimachine en bedden werden onder meer in beslag genomen, blijkt uit de inventarislijst die de nazi’s hadden opgesteld. De gemeente Oldenzaal kocht het huis in augustus 1943 voor 2.200 gulden van de Duitsers.

Het "thans onbewoonde perceel" is bouwvallig, schreef de NSB-burgemeester in zijn besluit. "Zodat afbraak nodig is om te komen tot de reeds lang gewenste straatverbreding ter plaatse", vervolgde hij. Wie de Bisschopstraat nu bezoekt (hier op Google Maps) ziet dat het huis van het gezin Minco plaats heeft gemaakt voor een pleintje met fietsenstalling. Door de sloop kon een bredere weg door de stad worden doorgetrokken.

Laatste puzzelstukje

Heeft hier ook rechtsherstel plaatsgevonden? De grond is na de oorlog weer in handen gekomen van de familie, weet Blokhuis. En die hebben het later weer verkocht aan een garagehouder. Maar hoe dat precies is gegaan, weet ze niet. De akte waarin het rechtsherstel staat genoemd lijkt onvindbaar. Het laatste puzzelstukje in haar onderzoek naar Bisschopstraat 25 ontbreekt.

Totdat Pointer vragen begint te stellen over de woning van de familie Minco en Blokhuis opnieuw het Kadaster in duikt en zich vastbijt in het onderzoek.

Blokhuis
Mariët Blokhuis onderzoekt de oorlogsdoden in Dinkelland en Oldenzaal.

"Toch nog de akte van rechtsherstel betreffende de gemeente gevonden!", mailt ze later. "Het aktenummer werd wel genoemd in de akte van verkoop aan de garagehouder, puzzel compleet! De gemeente heeft in totaal 5.900 gulden vergoed, waaronder 3.000 gulden voor de afgebroken huizen. De erfgenamen hebben het stuk grond daarna voor 2.200 gulden verkocht aan de garagehouder."

Het is een hele puzzeltocht, vertelt Blokhuis, als je van de ene legger naar de andere struint in het Kadaster. "Maar het is ook heel leerzaam. Al die geschiedenissen die je leest, daar wil ik dan precies het fijne van weten. Het is een beetje monnikenwerk, maar dat is dan tegelijk ook wel de uitdaging."

Wil je zelf onderzoek doen naar woningen uit de Vastgoedboeken? Hier lees je hoe je zo’n onderzoek kunt beginnen.

Historische foto's in het artikel zijn afkomstig van Facebookgroep Oud Oldenzaal.

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

P.K.

Peter Keizer

Datajournalist
M.T.

Mark Jan van Tellingen

Designer
W.H.

Wouter Hoek

Camerajournalist