Van alle kleding die jij in je kast hebt hangen, draag je een derde waarschijnlijk niet eens. Ondertussen is de kledingindustrie wel een van de meest vervuilende industrieën en staat recycling van onze textielafvalberg nog maar in de kinderschoenen. We moeten daarom minder kopen. En als we iets kopen, opletten dat het goed gerecycled kan worden. Maar: wat moeten we dan kopen? En wat vooral nÍet? 

Voor ons onderzoek naar De Kledingafvalberg bellen we met onderzoeker Irene Maldini van de Hogeschool van Amsterdam. Zij onderzocht in 2016 de kledingkasten van vijftig mensen. De eigenaren hadden gemiddeld maar liefst 130 kledingstukken, sokken en ondergoed níet meegerekend. “Ieder jaar kopen we zo’n 46 nieuwe kledingstukken en gooien we 40 stuks weg”, vertelt Maldini. Het probleem van de textielindustrie is vooral die ontzettend grote productie, meent zij. “De industrie is ingericht op groei en de consument op heel veel kopen. Dat moet veranderen.”  

We vragen Maldini en andere deskundigen die we spreken voor ons onderzoek: wat moeten we dan vooral niet kopen?  

  1. Nieuwe kleding 

Online platforms Vinted en Marktplaats lijken populaire plekken om kleding te (ver)kopen, maar dit gebeurt nog maar op kleine schaal. In een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) lezen we dat 1,6 miljoen tweedehandskledingstukken via Marktplaats werden verkocht in 2018. Daartegenover staat dat we zo’n 1 miljard stuks aan nieuwe plunje aanschaften. Als een kledingstuk een tweede leven krijgt, is de CO2-impact ervan 44 procent lager, berekende de Ellen MacArthur Foundation. Ook kleding lenen bij een kledingbibliotheek of leasen, zoals bij Mud Jeans, neemt toe aan populariteit, blijkt uit dit onderzoek naar Fast fashion. Heb je iets nodig? Koop het dan niet nieuw. 

  1. Trui van slechte kwaliteit 

Hoe langer een kledingstuk meegaat, hoe lager de milieu-impact, vertelde Shirley Schijvens ons over haar bedrijfskleding. Daarom neemt ze het in en repareert ze het als dat kan. Daarvoor heb je kwaliteit nodig. Zelfs een goede katoenvezel kan volgens Schijvens maar een keer of vier mee in de mechanische recycling. “Dan is het weg.” Ook Erica van Doorn van textielinzamelaar Sympany laat weten dat kwaliteit voor hen belangrijk is. “Kledingstukken die na een aantal keer dragen vaal worden, gaan pluizen, waar gaten in zitten of waar de stretch uit is, dat wil niemand opnieuw dragen”, legt Van Doorn uit. “Ook in Afrika willen ze in mooie kleding lopen.” Goede kwaliteit is opnieuw te dragen, slechte kwaliteit eindigt in het beste geval als poetslap en anders bij het afval. Dus: koop je iets? Kijk naar de kwaliteit. 

  1. (Te) stretchy jeans 

Jeans zijn relatief goed mechanisch te recyclen, horen we van Ron van de Wiel van Blue Loop Originals. Mechanisch recyclen betekent: vezeltjes maken van oude jeans, daar garen van spinnen en het dan weer in nieuwe spijkerbroeken of breiwerk verwerken.​ Dat het goed kan, komt doordat de jeans bestaat uit één materiaal: katoen. Van de Wiel: “Lastig wordt het als er stretch in zit. Een paar procent elasthaan kan wel, maar er worden nu steeds meer spijkerbroeken gemaakt van katoen én grote delen polyester en elasthaan.” Ooit zal dat vast prima losgeweekt kunnen worden tot nieuwe grondstof en opnieuw verwerkt kunnen worden, denkt Van de Wiel: “Maar zolang die chemische recycling nog niet op grote schaal kan plaatsvinden, zijn we vooral afhankelijk van kleren van één soort materiaal, wil je het kunnen recyclen in nieuwe kleding.” 

  1. Polyester blousje 

Olie is een goedkope grondstof voor kleding. Nylon, polyester en fleece worden ervan gemaakt. Omdat de concurrentie in de kledingindustrie zo groot is volgens dit Fast fashiononderzoek, willen fabrikanten besparen op de inkoopprijs, tijd en kwaliteit, en dus meer goedkope grondstoffen toepassen zoals polyester. 

Maar polyester is natuurlijk gewoon plastic. Het breekt niet af in de natuur en er zijn grote zorgen over de microplastics die worden afgescheiden bij het wassen en dragen van deze kleding, vooral als het los gebreid of geweven is. Anderzijds kun je het (in theorie) wel recyclen. Zo hebben alle grondstoffen hun voor- en nadelen waar je rekening mee kunt houden als je iets koopt.  

  1. (Kinder)kleding met pailletjes en franjes 

Ook dit heeft te maken met de recycling. Als een recycler allerlei frutsels van jouw trui of jasje moet verwijderen, dan kost dat veel arbeid en dus geld. Er blijft dan minder over van wat er nog verdiend kan worden aan de nieuwe grondstof. Dit is waarom winterjassen vrijwel niet te recyclen zijn, vertelt een recycler ons; daar zitten te veel voeringen, lagen en tierelantijnen aan. 

Ondernemer Shirley Schijvens die gerecyclede bedrijfskleding maakt, heeft in haar atelier twee stylisten die fulltime bezig zijn met het zó ontwerpen van kleding dat die goed gerecycled kan worden. “Knopen, logo’s, ritsen, voeringen, pailletjes, prints.. Dat zijn allemaal dingen die recycling in de weg staan. Doe dat niet als het niet nodig is.” 

Dit zijn vijf goede tips om rekening mee te houden, maar: al letten we beter op wat we kopen en recyclen we meer, dan nog blijft onderzoeker Maldini er bij dat het systeem om moet. “Met alleen recyclen, kom je er niet.” De hele textielindustrie is volgens haar ingericht op groei, maar juist die overmatige productie is zo vervuilend. “We consumeren nog steeds veel meer dan we nodig hebben. Misschien dat de coronacrisis ons nu laat zien dat het anders kan.”  

Meer weten? Kijk maandag 17 mei naar onze uitzending over De Kledingafvalberg (22:20 uur op NPO2). 

Auteurs

K.G.

Karen Geurtsen

Redacteur